Er staat een paard…

Standaard
IMG_6904

Een gehavende Bambi als de herfst nadert

I can’t believe I’m doing this“. Elk jaar opnieuw, als de zomer in aantocht is, herhaal ik – luid genoeg – dezelfde zin, terwijl ik Bambi bij de achterste poten grijp en hem, stuntelend achter Boss, dwars door het hele huis, terugplaats in zijn natuurlijke habitat.

Bambi is een heus kunstwerk, een houten balk op stelten, een zwaargewicht, goed gedraaid van oren en poten. In ontmantelde toestand en dik ingeduffeld in noppenfolie, maakte hij jaren geleden in woelige wateren de overtocht van het UK naar zijn vaste plek op ons Kretenzisch terras. Het kunstwerk moet een paard voorstellen, dat ziet het kleinste kind. Dat wij het echter Bambi noemen, is enkel het bewijs van de open mindset van de eigenaar, die steevast beweert dat het een ezel is.

Als de herfst op zijn einde loopt, en Bambi in zijn naaktheid gegeseld wordt door zware regenbuien en harde windstoten, wordt hij met liefde en zorg naar binnen gehaald. Hij brengt namelijk de winter door in mijn keuken. Dik tegen mijn zin. Het onfortuinlijke beest neemt veel plaats in en hindert gruwelijk de natuurlijke flow van dit huis en van mij. Ik laat dan ook niet na mijn ongenoegen te uiten door er dagelijks mijn vochtige vaatdoeken over te gooien.

Mijn opluchting is dan ook onbeschrijfelijk als Boss besluit Bambi – voor zijn terugkeer naar het terras – zijn jaarlijkse schoonheidsbehandeling te geven. De krullende vernislaag wordt weggenomen, gaatjes worden opgevuld, het hele lijf wordt grondig opgeschuurd en ingesmeerd met een speciaal daartoe overgevlogen wax. Zoveel tender care valt mij zelfs niet te beurt.

IMG_6941

Bambi na zijn schoonheidsbehandeling

En zo tuurt Bambi alweer naar de zee en ik naar een lege keuken. Voorlopig nog wel. Een mens moet immers genadeloos prioriteiten stellen.

Advertenties

Met Dank Aan Mijn Bank

Standaard

bank Toen het de haaien van mijn Griekse bank duidelijk werd dat je wel een volslagen idioot moest zijn om nog maar 1 eurocent op je rekening te storten, kregen zij het lumineuze idee het online bankieren in te voeren. Het was niet voor iedereen weggelegd. Als je dan al beschikte over een pc, en de enorme meevaller ook enkele uren per dag internetverbinding te hebben, kon je persoonlijk een aanvraag indienen. Stapel formulieren invullen, bewijzen voorleggen, een week wachten op goedkeuring.

Vanzelfsprekend werkte het systeem niet, of nauwelijks, een maandenlange ergernis waar de telefoonmaatschappij dan wel blij om was. Vandaag liggen de kinderziekten al een poos achter ons en kan je al enterend je facturen en je geld kwijt. Dat kost je dan wel 2 euro per overschrijving. Niet genoeg, volgens de haaien.

Want wie denkt dat hij nu, dank zij het internet,  vrolijk fluitend de ellenlange rijen in het bankkantoor kan vermijden, is een onverbeterlijke schlemiel. Met regelmatige tussenpozen wordt namelijk – en opzettelijk – het systeem platgelegd, zodat je wel verplicht bent het kantoor binnen te stappen, voorzien van je factuur en de nodige centen.

Volg mij even mee. Ik leg ter betaling een factuur en 200 euro op de toonbank.

Sorry, mevrouw, maar dit gaat niet.

Hoezo gaat dit niet?”

U moet het geld op uw rekening storten. Ik kan dit wel even voor u doen. Kostprijs 2 euro.

Vooruit dan. Kan ik nu a.u.b. deze rekening betalen?”

Jazeker, ik haal het bedrag van je rekening. Kostprijs 2 euro. En ga nu meteen je factuur betalen. Kostprijs 2 euro.”

Ik vervloek mijn bank nu nog meer dan ik al deed. Sta ik me daar warempel belachelijk te maken en 6 euro te betalen voor een verrichting? Terwijl zij in hun vuistje lachen? Terwijl die graaiers godbetert nu bovendien een taks voorstellen op het pinnen van je eigen poen? Kleftes!

Seriously?

Standaard

 

streetcarpet

Je kan je geluk nauwelijks op als je mag behoren tot de vriendenkring van zelfverklaarde kunstenaars en andere daft losers, die je met hun meest wanstaltige creaties telkens weer  een gastro-oesofageale reflux weten te bezorgen.

Wat je als weldenkend mens noch min noch meer als sluikafval zou beschouwen, is het meest recente kunstwerk van zo’n Frans-Grieks duo, dat zichzelf tot verheven taak heeft gesteld de kunstenaarsscene in Heraklion tot ongekende hoogten te katapulteren. Hij heeft een losliggend paneel een bodempje mediterranean blue gegeven, zij heeft er een touw aan vastgeknoopt (niet te zien op de foto, gelukkig maar).

“Escape”is de titel van dit kunstwerk.

Ik wacht nu vol ongeduld op volgende maandag, in de hoop dat het onding niet zal “ontsnappen” aan de aandacht en de spierballen van onze stoere vuilnisophalers. Vriendschap is geluk hebben, nietwaar.

Faire Pipi

Standaard

French_Tourists

Bloedheet is het in het dorp vanmiddag. En onaards stil. Zelfs de straathonden blaffen niet. Zij liggen uitgeteld naast de bron op het plein, waar de mensen, die niet op de waterleiding zijn aangesloten, dagelijks hun plastic flessen en jerrycans komen vullen. Iedereen houdt vensters en deuren potdicht en probeert een paar uren door de hitte heen te slapen.

Het geroezemoes dat ik nu meen te horen, zwelt aan. Ik hoor stappen, veel stappen. En veel opgewonden stemmen. Fransen. Yiannis, de zelfverklaarde burgervader van het dorp, loopt zelfverzekerd aan het hoofd van een meute opgewonden désagréables en sleurt heftig aan ons hekken.

“Boss! BOSS!” Ik vrees het ergste. Een bosbrand, een aardbeving, een hittedode, de moffen nogmaals? Neen, de onverlaat die het aandurft Boss uit zijn middagslaapje te halen. Een buslading Franse toeristen is, op weg naar de fameuze grot waar geen publiek is toegelaten wegens te gevaarlijk, gestrand voor Yiannis’ deur en hij begrijpt ze niet, maar veronderstelt dat zij moeten pissen. En gaat ervan uit, dat dit bij Boss & Babette wel moet lukken.

De massa valt op onze patio bijna over elkaar heen en vormt giechelend en grappend een lange rij langsheen de buitendouche, recht naar wat wij grinnikend onze “visitor’s corner” noemen. Geduldig wacht elk zijn plasbeurt af, onderwijl ah-end en oh-end over het huis en hoe chaleureux et raffinés de bewoners wel zijn.

En of er ook de possibilité is om het even vanbinnen te bekijken? Misschien ook wel quelque chose à boire? Boss, heimelijk toch wel trots op het huis, dat hij zelf ontworpen heeft, loodst de horde van onder naar boven en van links naar rechts, en installeert die uiteindelijk met een paar liter raki op het zomerterras. Dat gelukkig onder het gewicht niet is bezweken.

De grot hebben zij niet meer bezocht, daar hadden zij bij nader inzien geen zin meer in. Op de foto daarentegen wilden zij bij het afscheid wel graag. Want tevreden waren zij, dat zie je zo.

Boss ook trouwens, hij presteerde het 2 euro per “plas + glas” aan te rekenen. I’m burning with shame.

Het Staatsieportret

Standaard

frame

“You did what?!

Verbijsterd staar ik naar Boss, die mij zonet tussen neus en lippen komt te vertellen, dat hij onze buurman-kunstenaar de opdracht gaf ons beiden op canvas te vereeuwigen.

“The man is struggling, sweetie. I just felt it was the right thing to do, he told me he hasn’t paid his rent for months now”.

Ik krijg meteen een vrij duidelijk visioen hoe dit portret er idealiter moet gaan uitzien : Boss (zij-aanzicht) neemt in alle tederheid mijn hoofd (zij-aanzicht) in beide handen en drukt een zachte kus op mijn voorhoofd. Op mijn voorhoofd, want wij zijn ook geen twintig meer. In alle tederheid, want hieruit dient afgeleid te worden dat hij mij gedurende vier maanden ontzettend heeft gemist. En de kus moet zacht zijn, want ik zal vermoedelijk wel hoofdpijn hebben.

“I gave him the Arthouse-picture, I love that one”.

“Not that Arlequino one, surely!!”

Er circuleren wereldwijd weinig foto’s van ons beiden. Er is The Toplou One (2009), The Paris One (2010), The Gent One (2011), The Istanbul One (2012) en de vermaledijde Arthouse One (2013), waarop ik een nu hopeloos gedateerd zwart-wit geruit harlekijntruitje draag. Niks geen tedere zoenen evenwel op that one. De foto dateert van vlak na de renovatie van Arthouse en het is duidelijk aan mij te zien dat ik toen sterk overwoog de Tonton Macoutes op Boss af te sturen.

Soit.

Het eindproduct hangt er. 50 x 70. En geheel volgens de instructies van Boss heeft mijn nooddruftige buur mij van rode lipstick en dito nagellak voorzien. Staat goed bij die ruitjes. Het teveel aan buik is bij Boss vakkundig weggewerkt en zijn gezicht heeft een verbluffende verjongingskuur ondergaan.

Boss is uiterst tevreden. Buurman en zijn huisbaas ook. Maar de cover van Vogue zullen wij niet halen, vrees ik.