Cretexit

Standaard

IMG_5069

Met wat wikken en wegen, zit je nu wel netjes onder het toegestane gewicht. Daarna heb je nieuwe, kleurige adreslabels aan je reiskoffers gehangen, ditmaal met Union Jack en bloemetjes erop. Met grote tegenzin heb je die verdomd dikke mantel in je handbagage gepropt, want het zal koud zijn bij aankomst in Brussel. En het zal regenen. Je ziet de landingsbaan van de Nikos Kazantzakis luchthaven voor je opdoemen en je vraagt je af, wat je bezielt om je eiland voor een paar weken uit je lijf en je gedachten te bannen. Net nu de zon zo gewillig de kwade winter uit de aarde drijft en haar stralen de ingeslapen oerdrift opnieuw tot leven wekken. Je bent zwijgzaam, overgelaten aan de gedachten die vooruitsnellen, die voor jou al ter bestemming zijn. Daar zijn je armen, om je kinderen geslagen, hun warmte stroomt door je lijf. Daar is de natte zoen van je kleinkind, zo groot inmiddels. Daar voel je de nieuwe baby, die je nog enkel op het scherm kon bewonderen. Daar overvalt diep gekoesterd geluk je en je ervaart opnieuw wat je reeds wist, dat is wat je bezielt. Je hijst je koffers uit de wagen en stapt de vertrekhal in. Samen met jou, kunnen de uren nu niet snel genoeg vliegen.

Arthouse

Standaard

Arthouse_Pic4Toen Boss & Babette bericht kregen, dat een quasi vervallen huis binnen de Venetiaanse stadswallen in het oude centrum van de hoofdstad Heraklion (Kreta) leegstond, besloten zij vrijblijvend een kijkje te gaan nemen. Middenin een wirwar van smalle straatjes in een uitgesproken multiculturele en verpauperde omgeving, en in wat eens beslist de rosse buurt van Heraklion moet zijn geweest, stond dit huis zowaar te roepen om een make-over en een nieuwe bestemming.
De toestand ervan was deplorabel. Eens een fiere, ruime en belangrijke Ottomaanse religieuze school, werd het gebouw na de Tweede Wereldoorlog gerenoveerd en het complex werd in 6 huizen onderverdeeld, drie huizen aan de voorkant en drie aan de achterkant. Tientallen jaren werd het achtereenvolgens (en meestal onbetaald) bewoond door immigranten, studenten, kunstenaars en andere wereldverbeteraars van divers pluimage. De laatste anarchisten waren met de noorderzon vertrokken na het achterlaten van revolutionaire schade, onuitwisbaar kleurrijke leuzen op muren en deuren, en een vrachtwagenlading vuilnis.
Niettemin werden Boss & Babette meteen bedwelmd door de sfeer en de rust die van het huis uitgingen, en – dit in tegenstelling tot de anarchisten – voelden zij de good vibes die er even uitbundig binnenvielen als de zonnestralen.
De afgelopen jaren bracht het dreamteam Boss & Babette meer en meer tijd in Heraklion door en, hoewel de rit naar hun thuisdorp slechts een 20-tal minuten bedraagt, leek een bijkomende stek in de hoofdstad hen wel een leuk idee. De kriebel van een nieuw project had hen meteen te pakken en de beslissing was gauw gevallen.
Op 1 februari 2013 sloegen zij dus aan het restaureren, samen met een ploeg enthousiaste en praatgrage Grieken, Engelsen, Schotten, Ieren, Australiërs en Albanezen en zij zagen dat volledig zitten.
ARTHOUSE was geboren. De restauratie van het pand duurde zes maanden, het daaropvolgend herstellen van hun relatie twee jaar.

Boss wou van zijn nieuwe tempel een ontmoetingsruimte maken voor kunstenaars van allerlei slag, en alras werden er o.a. klassieke concerten, kookdemonstraties en foto-tentoonstellingen georganiseerd en werd er ruimte gecreëerd voor een lees- en een handwerkclub.

Babette daarentegen wou van het nieuwe onderdak voornamelijk een privévluchthuis maken, waar zij op vrij regelmatige basis zou kunnen ontsnappen aan de eenmansramp genaamd Boss. Waar Boss geen oren naar had. Er moest dus een compromis gevonden worden om een einde te maken aan het “ik niet, dus jij ook niet“-probleem.

Back to basics dan maar. De Ottomaanse good vibes-stulp zou de plaats worden waar 1) Boss & Babette gezamenlijk een paar dagen per week zouden doorbrengen, waar 2) elk der partijen in een noodgeval van happy never after enkele dagen kon naar verbannen worden, en waar 3) tijdens het zomerseizoen buitenlandse gasten zouden kunnen verblijven.

Zo gezegd, zo gedaan. Nergens te lande worden er zo vaak koffers in- en weer uitgepakt als ten huize B&B, maar de formule wérkt.

Zo ook het dreamteam momenteel, want de eerste gasten komen einde maart aan en de aanhoudende horrorwinter heeft een vernielend spoor in Arthouse nagelaten. All hands on deck.

De Paleisrevolutie

Standaard

Afbeelding

Was de oktoberbijeenkomst van de internationale boekenleesclub in de alom geprezen kunsttempel van de Boss een succes te noemen, de novembereditie daarentegen dreigde op een regelrechte catastrofe uit te draaien. Aan de opkomst lag het niet, de uitnodiging vermeldde immers dat er “nibbles van Babette” en een “cherry chocolate cake van Boss” zou geserveerd worden, wat een extra toeloop van uitgehongerde expats aan de tafel bracht. Daar waar Babette zich ruim een halve dag in de keuken had verschanst voor haar “nibbles“, had de Boss zich beperkt tot het kiezen en aankopen van zijn taart en had Babette die, met de andere aankopen, achter zich aan gesleept.

De Boss, als zelfverklaarde drijvende motor, staat in voor de drankjes en brengt nu, na heel wat nerveus heen en weer geloop, ter verwelkoming zijn glas tot neushoogte. “Of iedereen zijn drankje heeft?” Hij is het mijne vergeten. Het oepsmoment verdwijnt achter het neerslaan van de veelzeggende blikken om mij heen. Ruimbemeten Leen, de locovoorzitter van deze meeting, zit rechtover de Boss, strijdlustig als steeds om hem uit het zadel te lichten, en heeft, vreemd genoeg, ter versterking haar Griekse hubby meegebracht, die (net zo min als ik) het boek van de maand niet heeft gelezen. Ik ga ervan uit, dat wij beiden ons zo ook wel iets kunnen voorstellen bij honderd jaar eenzaamheid.

Het gaat al meteen grondig mis bij de inleidende vraag, waar onze bijdrage voor Ann, een overleden lid van onze club, heen moet. Met het verzoek van haar dochter, onze storting over te maken aan het Engels tehuis waar zij werd verzorgd, ging iedereen al bij de vorige vergadering akkoord. Nu vindt Leen in een laat-semi-patriottische opwelling dat de homeless in Athens daar meer behoefte aan zouden hebben. Maar Boss komt niet op beslissingen terug en poor Ann zal nu ongetwijfeld rest in peace in de wetenschap dat Leen bakzeil heeft gehaald.

“Right. Can we now proceed with One Hundred Years…”  Leen geeft zich evenwel niet zo snel gewonnen, zelfs als zij daarvoor de jarenlange solitude van haar lievelingsauteur nog even moet rekken. In een verwoede poging, alsnog haar coup d’état door te drukken, werpt zij op, dat, naar haar bescheiden mening, de leden onvoldoende informatie krijgen en deze verheffende, doch, zoals zij terdege beseft, tijdrovende taak het best naar haar zou worden overgeheveld. Ik zie de ergernis van de Boss, die hiervoor instaat, to the next level stijgen en zijn stuk cherry chocolate cake halverwege zijn slokdarm stoppen. Het is een gratuite bewering, daar is iedereen het over eens, maar de deuk is er.

Hij herstelt zich. “Right. Can we now proceed with One Hundred Years…” Het geduld van het boekminnend clubje is op. De taart en de nibbles ook. Leen geeft met een verbeten trekje een monoloog weg, dat zij heeft gepikt van The New York Times. Niemand waagt het nog, erop te reageren. “In his book, Màrquez is wise enough not to offer excuses”.

Bij het buitengaan heeft Leen de Boss niet eens gegroet.

Het Levend Model

Standaard

Afbeelding

Ik voel de scrutinerende blik van Boss op mij rusten.

You are NOT looking at me, are you, Boss?”

In fact, I AM looking at you, Babette!

Normale mensen, zoals ik mezelf graag voorhou er een te zijn, begraven hun oude dromen  samen met hun oude dag. Niet zo de boss uiteraard. Al jaren doet hij zo immens zeurderig over de tekenlessen die hij ooit aan een schare neofieten zou willen geven. Tekenen naar levend model. Gewoon omdat een dood model hem niet zo onmiddellijk aanspreekt.

Hij zag zijn kans schoon toen zijn kunsttempel in de hoofdstad afgewerkt was. Hij ontwiep een paar posters, waarop het model duidelijk levend, maar onmiskenbaar naakt te zien was.

Which one do you prefer, Babette?” Het werd de andere.

Via een paar advertenties ging de grootmeester dan ijverig op zoek naar een deeltijds model en stelde daar een behoorlijke vergoeding en een one to one selectieprocedure tegenover. Zijn uiterst hooggespannen verwachtingen werden echter de bodem ingeslagen toen er geen enkele reactie kwam. Erger nog, onze buurman schilderijenkliederaar ging met zijn lang gekoesterd idee lopen en startte zijn eigen lessenreeks, naast de deur, met enig succes en zonder levend model.

De ontgoocheling was terrifying. Zelfs mijn welgemikte argumentatie dat enkel geniale kunstenaars door een bunch of daft losers gekopieerd worden, bracht geen soelaas en het levend model werd verder mordicus doodgezwegen.

Tot nu. De daft loser next door gaat enkele weken op reis en vreest bij zijn terugkeer in de klas nog enkel lege stoelen aan te treffen. Of de boss hem alsjeblieft voor enkele tekenlessen wil vervangen? “I’ll see what I can do, mate”.

Binnen het uur ligt zijn planning klaar. Exit naaktmodel, geen denken aan. “One of the students is a 15-year old boy, Babette!!!” Natuurlijk willen wij deze adonis niet met nog een levenslang trauma opzadelen. “What else could possibly be interesting, Babette?”

Handen, dàt is het! Boss raakt door het dolle heen, alleen al bij de idee dat hij daarmee het luie zweet uit deze onmiskenbaar gemotiveerde cursisten kan jagen. Nog meer eigenlijk nu het hem zo plots invalt, dat MIJN handen wel eens zouden kunnen geschikt zijn voor public exposure. Dat zal dan wel mijn enige lichaamsdeel zijn, neem ik aan.

Tersluiks bekijk ik mijn tengels. Een dagelijks badje olijfolie eerste persing schijnt wonderen te verrichten.

Cut!

Standaard

063

Geheel in de lijn van zijn credo, dat life has to be about fun and excitement, wou de boss Fedor interviewen, een Rus die gedurende een maand in no less dan paradijselijke omstandigheden wel zijn medewerking wou verlenen aan de organisatie van de jaarlijkse zomerfestiviteiten in de hoofdstad. En Tola, een filmmaakster, zou hierbij van een onschatbare waarde zijn. Dat was zij ook, tot op zekere hoogte. Tola, zo Grieks als la Nana, gaf namelijk een geheel eigen en vooral veel tragere invulling aan de begrippen “Nu!, Onmiddellijk! Gisteren!” die de boss doorgaans pleegt te hanteren, zodat het met beeld, muziek en spraak ingeblikt interview ten langen leste verscheen toen Fedor al voorbereidingen trof om Vadertje Vorst in de schoot van zijn familie te vieren. All of this maakte de boss niet bepaald gelukkig.

Tola heeft geen tijd, ook niet voor hard feelings. Dus vroeg zij enkele maanden later of de boss de rol op zich wou nemen van de kunstgalerijhouder Elliott in een no budget-kortfilm, die Chinees-Australische-Griekse vrienden in de buurt zouden opnemen. Het verhaal ontsnapte hem volledig, op zich niet onoverkomelijk, want dat was er eigenlijk niet. Wèl was er een knappe, jonge hoofdrolspeelster with an attitude en haar boyfriend, met die zou hij in de film te maken krijgen. De amoureuze boyfriend geloofde namelijk rotsvast in het arty kliederwerk van zijn vriendin, Elliott ook, maar zag haar veelbelovende artistieke toekomst dan enkel zonder die boyfriend. Kwalijke opdoffer aan het einde en dat was het zowat. Naast de beloofde fun and excitement.

Neen, u wil beslist niet weten hoeveel uren Boss en Babette aan dit magere script hebben gespendeerd. Hoeveel godgansedagen ik tot kreunens toe met hem de dialogen heb doorgenomen. Met welke death-defying overtuigingskracht ik een van de slotzinnen “F*ck Off, Elliott” telkens wist te brengen.  Drie dagen duurden de opnames, putje winter in een ijskoud huis in Archanes, dat iemand geheel vrijwillig ter beschikking had gesteld daar hij zolang bij zijn ouders zou intrekken, waar er wel verwarming was. Drie dagen, omdat het mooie hoofdrolkind-met-kapsones-en-andere-verplichtingen zich slechts sporadisch liet zien en allang spijt had van haar toegezegde medewerking, wegens de aanwezige cast vermoedelijk. Alles werd nog net even ietsje kutter, toen de boss zeven dagen later nog steeds ziek op bed lag.

Meer budget daarentegen was er voorzien voor de volgende uitdaging. De Dienst voor Toerisme had nog wat onverduisterde liquide middelen en een bevriende inheemse director gevonden en zou een promotiefilm over Kreta gaan draaien. Of de boss zich wou aanbieden bij de casting director voor de rol van filmregisseur? Neen, dat kon hij niet, want een trip naar Chania paste niet in zijn strakke planning. Of hij dan illico wat foto’s kon toesturen? Eentje met hoed, eentje zonder hoed. Eentje met blauw kostuum, eentje met lichtere tint kostuum. Eentje met bijpassende overhemden. Eentje met daarbij passende dassen. Eentje met zwarte schoenen, eentje met bruine schoenen. Boss sloeg aan het fotoshoppen, Babette aan het strijken. Imagine my luck dat zoveel excitement mij verder bespaard is gebleven, daar de opnames zouden plaatshebben net toen wij in het buitenland waren. Boss vond eveneens dat he definitely deserved something funnier than this.

Maar, when you relax, it comes. In de gedaante van Tola alweer, die, gedreven door tomorrow’s deadline, wanhopig op zoek is naar een koppel dat wil figureren in een road movie, en bijna huilend aan de lijn hangt. Vier uurtjes maar, Babette. Een koppel, met small suitcase of backpack, klaar om op vakantie te vertrekken, casual kledij, no flashy colours please. I’ve sent a message to the Boss too. Saturday, aan de haven, see you there!

De vier uurtjes werden er zes. Boss en Babette staan, valiesje aan de hand, op de kade te praten. Of beter nog, Babette staat te praten en Boss knikt minzaam. Deze scène wordt vijfmaal herhaald. Vervolgens, Boss en Babette stappen op het schip, nog steeds pratend, wel, Babette althans, Boss knikt. Wat heeft die toch veel te vertellen, zal iedereen nu denken. Ik ben alsnog zeer opgewekt, per slot van rekening vertrekken wij toch samen op vakantie. Deze scène wordt achtmaal herhaald, mede door het feit dat de (lege) small suitcase van Babette door de felle wind uit haar handen glipt. Onnodig hier aan toe te voegen dat ik in the meantime al helemaal niet meer weet wat te vertellen en de grootste onzin op Boss loslaat.

Na drie uren is er pauze, wij snakken naar een koffie en meerdere peuken. Sprakeloos zijn wij nu. Al helemaal, als blijkt dat het varend personeel nog ligt te slapen, dus éven geduld nog. Het wordt al donker, en erg frisjes bovendien, als de laatste opnames op het bovendek worden gemaakt. Er wordt een terrasje geïmproviseerd (wie gaat nu bij windkracht 9 bovendeks op een terrasje zitten?), enkele tafeltjes met een flesje water en drinkrietjes aangevoerd. Boss en Babette aan een tafeltje, pratend (of wat dacht u) en het watertje een beetje verveeld negerend (welk koppel bestelt nu één drankje? diepgekoeld dan nog?). Aan de geïnteresseerde uitdrukking van de boss te zien, vertel ik hem nu iets totaal nieuws, dit verwarmt mij een beetje. De scène wordt zesmaal herhaald.

En dan klinkt eindelijk het finale Cut! Freeze! Totaal overbodig, dat laatste. De filmploeg is verrukt, wij uitgehongerd. Eerlijk, ik heb er geen woorden voor.

Thank You So Much!

Standaard

Afbeelding

Do you like the lamp in the bedroom, Babette?”

De boss heeft drieëntwintig dozen geriefjes, allemaal dingen that he wanted, in Engeland besteld en daar in het bedrijfje van zijn zoon laten afleveren, in afwachting van een oplossing om de spullen heelhuids en budgetvriendelijk naar onze tweede woonst in Kreta te verschepen. Lazy bones als zij zijn, die Engelsen, voelden de meeste leveranciers er echt niks voor om zich gedurende tien minuten te buigen over het berekenen van transportkosten en bedachten dan maar de meesterlijke smoes dat zij niet meer naar precaire ontwikkelingslanden uitvoerden. Of, erger nog, kwamen met een bedrag aanzetten waarvoor ik zelf een aftands containerschip had kunnen opkopen.

Soit, na acht weken staan de dozen hier nu, door zoonlief in UK netjes genummerd van 1 tot 23, geheel volgens de instructies van vader. Die er prompt, om mij te verrassen, die slaapkamerlamp heeft uit gevist en opgehangen.

No, I don’t“. Dat zeg ik naar waarheid, want ik vind die lamp helemaal niks en bovendien hangt ze scheef.

Zo ook zijn gezicht nu, stel ik vast. Boss is diep verontwaardigd, neergesabeld door wat hij als kritiek en a demotivating, negative comment beschouwt. Gaat als een balorig kind aan de tafel zitten mokken en zit er na een uur nog, knabbelend op een al even vernietigende tegenzet.

Ik heb dus huisarrest gekregen in het bergdorp. Een week of twee, zoiets, tot de laatste werkman de Ottomaanse Burcht heeft verlaten en ik mij, naar hij stellig hoopt, in deze tijdspanne over mijn unhealthy bad tempered attitude heb weten te zetten.

Waarvoor mijn onuitputtelijke dank.  Ik ben zo’n vervelend repetitief-dankbaar mens. “Danku” moet het eerste woord van mijn repertoire zijn geweest, mijn moeder vond dit waarschijnlijk goed staan bij mijn haarkleur. Hierin sterk aangemoedigd, blééf ik het herhalen, zelfs als daar niet één bloody reden toe was.

Boss vertrekt ’s ochtends dus alleen, in alle stilte en duidelijk embarrassed by zijn beslissing. Ik kan mijn geluk echter niet op, geen thee zetten, geen koffie schenken, geen lunch bereiden, geen klok kijken, geen duffe Engelse nieuwslezers of irritante horse race commentatoren om mijn oren. Wel gelukzalig ontbijten op het terras met een koor van tsjilpende vogeltjes om me heen en de warme zonnestralen op mijn schouders. Wel struinen en praatjes slaan en lachen en dromen en nadenken. En dankbaar zijn.

Dit ga ik natuurlijk niet aan de boss zijn neus hangen, no way. This won’t do me any good, want net zoals bij jullie, rispt bij elke mij vuig geflikte onrechtvaardigheid steevast als eerste bedenking op “Wat de fok? Na àlles wat ik voor die mestkever heb gedààn?!?”

Nu niet dat deze seclusie mij de volstrekte rust biedt die ik op het oog had. Boss stuurt berichten, met een zekere regelmaat. Dat hij nu al een uur wacht op die schrijnwerker. Dat de apotheek gesloten is. Dat hij souvlaki aan het eten is. Dat hij getankt heeft. Dat zijn bloeddruk 130/82 is.

Afgepeigerd valt hij ’s avonds binnen en sluipt naar de aspirines. Vermeldt terloops dat hij vooral niet mag vergeten zijn zoon te bedanken voor al zijn moeite. (Drieëntwintig nummers zetten is inderdaad niet niks). Laat Waitrose een delicatessenpakketje afleveren waar de jongen gegarandeerd een knoert van een indigestie zal aan overhouden.

Morgen ga ik in Hersonissos een stuk of wat zomerjurkjes uitzoeken, want het wordt heet dit weekend volgens Zoover. Hoeveel is £ 82,37 omgerekend naar euro?

Needles and Pins

Standaard

Afbeelding

Zeker niet onbelangrijk voor een tijdloze, stijlvolle toets in je badkamer, waar niemand komt die er geen zaken heeft, is de keuze van een douchegordijn. Immers, met zijn print en kleur hangt of valt onherroepelijk de stevige reputatie van de interieurdesigner.

Al voor een schappelijke 5,99 kan je een heel leuke in zo’n onbetamelijk onhandige blauwe tas van onze Zweedse vrienden droppen. Bovendien kan je het, na zes maanden intensief gebruik, zonder een allesoverheersend schuldgevoel in de vuilniszak stoppen, als je het even niet meer ziet zitten om op je knieën alweer de zeep-, kalk- en ijzerresten ervan te schrapen.

Ons rideau de douche verdiende beter, vond de boss, die zich graag laat voorstaan op zijn kennis van het Frans, sinds hij in een ver verleden een paar kinderbroekjes op het Lycée Français de Beyrouth heeft versleten. “Trust me, Babette, I know exactly what I want”. Wij vonden dus exactly what he wanted in de Galeries L. in Parijs, bij de koopjes nog wel. 39,99. Wel nog op maat te knippen.

In de Mousourou-straat vind je vele naaisters, ik stap met het gordijn bij de eerste binnen. Viktoria is aan de koffie en de keuvel met een collega, geen van hen spreekt Engels en wat snit en naad betreft, is mijn kennis vrijwel onbestaande en in het Grieks nog meer. Nog voor ik een overtuigend gebaar kan bedenken om haar diets te maken dat er ab-so-luut geen haast bij is, neemt Viktoria het gordijn uit mijn handen. “Sit!” zegt ze. “Kaffee?”

Haar werkplaatsje is volgestouwd met legplanken, zeven stuks hoog, elk zwaar beladen met een tiental plastic winkeltassen, waaruit te retoucheren kledingstukken puilen. Ik wil er gewoon niet aan denken, wanneer zij de tijd zal vinden om zich door deze berg heen te werken. Ik zie, dat zij zich bovendien waagt aan eigen ontwerpen, want aan het plafond bengelen broekpakken, een bruidskleed, een jas, twee fluojurkjes en een half-afgewerkt meisjeskleedje in een afschuwelijk groene kleur, een halve elastiek in de taille. Vermoedelijk een strategie in afwachting van de eerste pasbeurt, want het kind zal intussen wel in gewicht toegenomen zijn.

Viktoria heeft inmiddels de schaar in het gordijn gezet en zit zo’n beetje verwoed op een stokoude Yang Sun te stikken, vrolijk kwebbelend. Ik nip van mijn hete koffie, hou mijn vingers gekruist en verzeker haar met de nodige mimiek – ik ben heel sterk in mimiek – dat ik geen Duitse ben. “Aaah, wij buren worden? Oreia. Hoeveel jullie betalen voor huis?” Grieken hebben helemaal geen moeite met het stellen van impertinente vragen. Ik veins totale onwetendheid, verklaar wegwuivend dat dit “de zaak van mijn man” is. Algemeen gelach en volledige instemming, ik vrees er heel even voor dat het gordijn mijn leugen met een scheefgezakte  naad zal bekopen.

Ik ben nog niet halfweg mijn koffie, als Viktoria triomfantelijk het gordijn in de hoogte houdt. Het ziet er goed uit, Viktoria legt mij met handen en voeten uit waarom het volgens haar ook goed is. Collegaatje bevestigt dit trouwens ook. Oreia.

Ik gooi er nog wat “good job“s bovenop en vraag Viktoria wat het inkorten van deze naaktheidsverhullende toets in de badkamer moet kosten.

Tipota” (niets) zegt Viktoria. Tegenpruttelen helpt niet. “A coffee“, is haar uiteindelijk voorstel.

Bij deze wordt Viktoria de eerste gaste in de Ottomaanse refuge. Eens die afgewerkt is. Zij heeft alle tijd, zegt ze.

(Foto : NYT)