Hoe zit het met je libido?

Standaard

dating

Aan de kathedraal hadden zij afgesproken, een voor de hand liggende locatie.
De man had immers net, en wel op gevorderde leeftijd, een cursus toeristische gids achter de kiezen. Met onderscheiding. En met evenveel voldoening, eindelijk, voor het eerst, na een introverte carrière in de plaatselijke bibliotheek. Een semi actieve loopbaan die al even geruisloos in zijn oppensioenstelling was gevloeid.
Hij was terecht fier op zijn prestatie. Geen twee op elkaar liggende slijkstenen
uit de vroege of late Middeleeuwen, of hij kon er een heus verhaal om bouwen.
Ik zal je niet meer bellen” had hij gewaarschuwd. “Ik heb een vast toestel, en bellen naar een mobieltje is héél duur“.
Hij was West-Vlaming. En vrijgezel.
Om 14 uur zal ik er zijn. Ik breng een paraplu mee” had hij er accentloos aan toegevoegd.
Er stond een novembergure wind en het regende. Zij had haar nepbontjas aangetrokken,
een tikkeltje vroeg  op het jaar, toegegeven, maar zij vond het zo BCBG staan.
Hij mocht vooral niet denken dat zij er zo eentje was dat enkel op zijn geld uit was.
Mannen worden op datingsites zo vaak opgelicht.
Zij bad kwiek doorstappend dat haar pas geföhnt kapsel in model zou blijven en waaide zowat naar hem toe. Wat bleekjes zag hij eruit, in zijn witrode ruitjeshemd met open kraag en kort vaalbruin JBC-blousonnetje. Zij greep spontaan de beide ritsen van zijn jasje. “Heb je het niet koud?” vroeg zij moederlijk. Hij was aangenaam verrast.
Het kon slechter, dacht ze, toen hij haar volgde op weg naar de afgesproken degustatieplaats. Bezorgd keek zij geregeld om.
Gefascineerd en hevig geëmotioneerd beschreef hij haar de gevels waarover hij zoveel had gelezen. Zij verstond hem niet.
Hij heeft een zacht en teder gezicht, stelde zij zichzelf gerust. Lengte en figuur zitten ook wel snor. Iemand waarmee je je op straat kon vertonen.
Toen ze bij de Markt arriveerden, had het opgehouden met regenen. Er was weinig volk op de terrasjes; door een uitzonderlijk natte zomer hadden de middenstanders het massaal opgegeven hun afgeschreven terrasmeubeltjes nog ruim voor de winter binnen te halen.
Aan het meest troosteloze, lege terrasje, haalde hij haar in.
Hier gaan wij een koffie drinken“stelde hij voor. Zij vond het maar niks en ging op het natte ongemakkelijke stoeltje zitten.
Toen de koffies uiteindelijk door de onvriendelijke serveerster op het tafeltje werden geschoven,  hadden zij reeds wederzijds gegevens  over hun burgerlijke stand uitgewisseld.
Hij was nooit getrouwd geweest, hij had zijn Grote Liefde de rug toegekeerd toen hij besloot alsnog hogere studies aan te vatten. Daar had hij spijt van.
Een korte relatie achteraf had nauwelijks vier maanden geduurd.
Zij beperkte haar huwelijken veiligheidshalve tot één. Want daar had zij geen spijt van.
Hoe zit het met je libido“?
De vraag kaatste af op het kopje dat zij net naar haar mond bracht. Het bracht haar danig van haar stuk. Achteloos maakte zij de bovenste knopen van haar faux fur mantel los en schoof haar stoeltje wat dichter bij het zijne,  in een poging hem met haar groene blik gerust te stellen.
Hij was gerustgesteld en bestelde zich overmoedig een Leffe. “En voor haar nog een koffie” voegde hij ongevraagd aan zijn bestelling toe.
Het gevaar was geweken, het gesprek kabbelde lekker voort.
Of hij haar al had verteld dat hij een cursus toeristische gids met onderscheiding had afgemaakt? Niet te onderschatten, het had hem moeite en tijd gekost. Maar daartegenover stond, dat hij thuis de verwarming uit kon zetten als hij naar de les was.
 En het bracht nog een centje op, dat gidsen, dat mocht nu, weet je, je mag bijverdienen als je op pensioen bent.
Ik heb geen elitewagen, hoor“, vervolgde hij, na een sluikse blik op de pels.
Een Nissan, sterk wagentje. Na de dood van mijn mamaatje gekocht. In 1993 was dat“.
Maar je hebt een elitefiets” probeerde zij. Zij herinnerde zich de hybride stadsfiets die hij zich onlangs had veroorloofd. Een Norta of zoiets.
Hij schaterde het uit. “Wat ben jij adrem, zeg“.”Ja hoor. Een noodzaak in een verkeerszwangere stad. Doe ik ook mijn boodschappen mee. Dat jij dat nog weet, zeg. Maar het was een dure aankoop, weet je“?
Zij wist dat. Alles wat hij vertelde, wist zij. En zij vroeg zich af, hoe laat het nu zou zijn.
Om halfvier veerde hij recht. Zijn glas was leeg, haar koffie koud.
Ik ga de rekening vragen. Wij delen dit toch he?
Verbluft, totaal ongelovig moet zij gekeken hebben.”Ja toch?”
Zij griste haar portemonnee uit haar handtas en legde die goed zichtbaar op het tafeltje. Hij schrok van haar haast en probeerde het gevaarte met zijn elleboog terug in haar handtas te schuiven.”Wacht, wàcht even tot het meisje is langsgekomen“. Zij wou hier niets van horen.
8,20 euro stond op het ticket dat hij aandachtig bestudeerde.
Zij legde een 5 eurobiljet op het tafeltje en stond onmiddellijk op. Wààg het vooral niet
me wat koperstukjes terug te geven, dacht zij. Hij maakte daar geen aanstalten toe.
Toen zij haar stoeltje netjes onder de tafel wilde schuiven, raakte haar hand ongewild de zijne aan. Hij verstijfde en keek haar ontzet aan. Zijn zacht en teder gezicht liep bloedrood aan. Hij deinsde verschrikt een pas achteruit en schudde verwoed met zijn hand, alsof er net een kom hete soep was overgegaan. Hij stamelde. “Dit is nog te vroeg” piepte hij.
Zou zij nu onbedaarlijk lachen? Zij lachte niet, leek onbewogen, maar keek hem vol medelijden aan. Hoe zit het met jouw libido, welde in haar op.
Zij begreep het ineens. Zij begreep zeer veel, zij het dan meestal iets te laat.
Ik ben met de trein gekomen” haastte hij zich te zeggen.”Ze durven enorm veel geld vragen voor de parkeergarages hier“. Zij knoopte haar nepjas volledig dicht, zweefde langsheen de tafeltjes en keek niet meer om.
Een week later liep een berichtje binnen. Hij had de kennismaking zo prettig gevonden.
Een mooie verschijning, dat moest hij haar nageven. Maar had iemand leren kennen uit zijn streek, dit wou hij een kans geven. En sorry, hij wou eerder bellen, maar bellen naar een mobieltje is zo duur. En al helemaal vanaf een vast toestel.
Zij was opgelucht.

Advertenties

Endless Sacrifice

Standaard

HER-1 3

Een verlaten galerijtje en een leeg hart. Vermoedelijk zag hier iemand meer dan één lang gekoesterde droom in rook opgaan. Maar vermeldt Marina Abramović’s Manifesto ook niet dat “an artist should suffer” ?

 

Speak Dutch Days

Standaard

001

Op de terugweg van de luchthaven, waar ik haar in een rolstoel heb neergeploft, niet omdat zij dat zo wil, maar omdat zij dan een voorrangsbehandeling krijgt tijdens haar vlucht naar Nederland, overloop ik in gedachten alle redenen waarom ik zo hoog oploop met, en zo dol ben op, mijn Grollandse vriendin.

Enkele jaren geleden zag ik haar voor het eerst, tijdens de Griekse les, waar wij beiden meteen doorhadden dat de vrijwillige leraar er niets van bakte en wij nog minder. Zij had als rolstoelpatiënte en in haar uppie  zowat half Europa afgereisd in een brommobiel, aangepast aan haar handicap, en landde uiteindelijk op Kreta, waar zij hoopte de progressie van haar ziekte te vertragen. Wat haar uiteindelijk ook lukte, met grenzeloze bewondering heb ik haar zien evolueren tot een vrolijk fuivend sirtaki-dansend fenomeen.

Wij bleven onafscheidelijk, ook toen zij zo’n 20 kilometer verderop naar haar opgeknapte cottage-aan-zee verhuisde en wij wekelijks halverwege voor een bakje koffie afspraken en de volgende dag ei zo na als vermist werden opgegeven. Nergens zal je op dit eiland nog zo’n stel veel te blonde, inordinately chaotic old bags aantreffen, beweert Boss, die onze uitgelaten attitude met lede ogen aanziet.

Waar wij echter compleet extatisch van worden, is het spreken en horen van onze eigen taal. Niks is bevrijdender dan je in je eigen taal eens goed los te laten, je eigen klanken te proeven, je enige ware stem te horen in een omgeving waar je je dagdagelijks met het Engels of het Grieks moet behelpen. Kolossaal grandioos, ik zeg het je.

Volgende week is zij er weer, bijgevuld met oerhollandse verhalen en hongerig naar haar stekje aan het strand. Espresso met bougatsa, gekkerd? Such fun!

Rosy Cheeks Rosie

Standaard

Hersonissos 1

Rosie had zwaar ingezet op de hoornen komboloi en het juwelensetje die ik op de veilingsite ten voordele van het plaatselijk hondenasiel had geplaatst.
En had die gewonnen.

Met een frons om de neus had ik haar dan ook uitgenodigd om de nu wel kostbare spulletjes op een terrasje in het centrum in ontvangst te nemen. Frons, omdat ik mij glashelder onze eerste ontmoeting herinnerde, waar Rosie vakkundig opgetut en onder invloed verscheen, in de vaste overtuiging dat Boss nog een happy-go-lucky vrijgezel was, of althans by no means gehinderd door enige commitment whatsoever. Volkomen aandoenlijk allemaal.

Zij reageerde meteen. “Saturday morning, right? Is Boss coming with you?”
Ja, hij zou langskomen, wellicht iets later, beloofde ik.
Dat hij elk voorstelbaar excuus had opgediept om onder de afspraak uit te komen, zeg je als weldenkend mens toch niet?

Ik schrok me de pleuris als ik haar op het bankje bij de fontein zag zitten. Rosie?
De vrouw die vorig jaar haar comfortabele job voortijdig was uitgevlucht om eindelijk permanent te kunnen genieten van haar zonovergoten huisje tussen de wijnranken?
De vrouw die eveneens de zoete verleiding van de fles niet had weerstaan en deze eenzame, stille moordenaar als minnaar had genomen?

Met rozige wangen nipte zij aan haar tweede glas wijn, terwijl zij onafgebroken vertelde hoe welstellend zij wel was. Zo en zoveel op de bank in Engeland, zo en zoveel hier op de bank, zo en zoveel geschonken door haar ouders die hun riante huis in Londen hadden verkocht, zo en zoveel nog te verwachten ook. I’m lucky, you know.

Niet in de mogelijkheid het gesprek een andere wending te geven, concentreerde ik me op de grauwe kleur van haar onopgemaakt gezicht, haar lege ogen, haar doffe haren, haar vormeloze, oude groene trui. Haar afgeschilferde goudkleurige nagellak met een vuil randje.
Zoekend naar iets dat mij van haar huge amount of luck kon overtuigen.

Zij zag als eerste Boss het terras opwandelen.
“Hi Rosie, long time no see. How are you?”
“I’m fine, Boss. I’m a millionaire’s daughter”.

Arme vrouw.

Dromos kakos!

Standaard

De boss beweert, dat ik een amazing ability heb to attract weirdo’s. Hij kan het weten.

Oktober 2009. Opgewekt zingend en zwevend op een wolk van nauwelijks beheersbare vrijheid, ben ik op de terugweg van Heraklion naar Sitia, toch algauw een rit van dik twee uren. Het zou me dus niet verbazen, dat er langs de baan wel ergens een zonderling figuur op een lift staat te wachten.

Zij staat daar dus te wachten. Aan de bushalte, op de bus die niet komt.

In tegenstelling tot de lifters, die ik al eens pleeg een eind verder te brengen, staat zij niet wild met haar duimen, een Jumbo-boodschappentas of een benzinevulfles radeloos in de lucht te zwaaien, neen, zij staat en wacht, een dozijn plastic tassen aan haar voeten, een sjaaltje over het hoofd en wel drie pulls en jassen om haar uitdijend lijf gespannen. Dit valt mij op, het is vandaag bepaald een warme, nazomerse dag.
Nieuwsgierig geworden, stop ik een eindje verder om haar op te pikken, ik weet intussen dat dergelijke onverwachte ontmoetingen variëren van hoogst bizar tot hoogst vermakelijk en wat gezelschap kan de bochtige rit door de heuvels enkel maar opfleuren.

De gevulde dame en dito zakken nemen plaats vooraan, no way dat zij die in de kofferruimte wil achterlaten. Ochi, ochi. Zij spreekt enkel Grieks en stoort er zich duidelijk niet aan dat ik maar één woord per dertig uitgebrachte versta.
Een uur later zijn wij zover, dat ik géén toeriste ben, géén Duitse, de Belgische wegen zoveel beter zijn dan de Kretenzische, en wij beiden in Sitia wonen.

Giatros, gilt ze, als ik haar duidelijk wil maken wat ik doe. Grieken verslijten je algauw voor een dokter als zij niet begrijpen wat je bezigheid is. Ochi, ochi! Ik haast mij om dit met klem te ontkennen, want na een blik op haar diverse lagen bovenkleding en gezien haar nu toch wel  opgewonden staat, schat ik de kans hoog in, dat ik haar zo meteen mond-op-mond zal moeten beademen. Te meer, hoe zeg je nu in aanvaardbaar Grieks dat je je dagen in ledigheid slijt? De enige zinnen, die ik met enig gemak kan aframmelen, is het Weesgegroet in het Oud-Grieks.

Zij zet zich aan het schrijven, op stukjes papier die zij uit een krant scheurt. Vreemd vind ik dit, het is welhaast onmogelijk in de auto om het even wat neer te pennen als je zwaartepunt zich om de twintig meter in een bocht verlegt. Telkens een kapel of een kerkje in haar vizier opduikt, slaat zij driftig een kruis.

Ik heb inmiddels mijn snelheid al danig aangepast, wat zoveel wil zeggen als dat ik niet om de haverklap uit de bocht vlieg. Toch slaat zij, zowat een kwartiertje voor aankomst, plots in een kramp.” Siga, siga“, roept zij (rustig,rustig), “dromos kakos” (slechte weg). Zij slaat nu verwoed het ene kruis na het andere, in paniek en oeverloos herhalend dat de dromos kakos is. Geen nieuw gegeven, die weg heeft er sinds mensenheugenis nooit goed bij gelegen.

Bij haar huis aangekomen, wordt zij kalm en start haar normale conversatie opnieuw. Ik meen hieruit op te maken dat zij mij mordicus in haar huis wil uitnodigen om mij te bedanken voor de (veilige) rit.

Geen dank, hoor – ik voel mij nu als het paard dat zijn stal heeft geroken – en geen tijd, hoor, ik moet nog een en ander in huis halen voor sluitingstijd, vertel ik haar, zij het met niet zoveel woorden.

Natuurlijk verstaat zij mij niet, dringt aan. Ik haal er, bijna wanhopig nu, een koppeltje voorbijlopende Grieken bij, met enige noties van courant Engels, die er haar kunnen van overtuigen dat het graag gedaan is en een volgende keer dan maar.

Vooraleer haar collectie plastic zakken bijeen te graaien, stopt zij mij een van de gescheurde krantenpapiertjes toe. Haar beide telefoonnummers staan erop.

Oef. Ben ik even opgelucht mijn dromos kakos te kunnen verderzetten.

Afbeelding

Brief Encounter

Standaard

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat zij ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook.

Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar op slag in zijn ban.

 “Schrijf misschien eens terug”? was zijn overbodige vraag.

Dat deed zij dan ook meteen. Nou, metéén…
Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen.
Mooipraters zàt op datingsites hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit.

Hij hield van de mensen.
Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig.
Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard.
Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij.
Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.
Zowat half Limburg kon dit onderhand wel bevestigen.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten.
Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non.
Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen.
Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Zij had het even niet meer.
Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd.
Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel zij en bleef zij liggen voor zijn duidelijk overgewicht en andere  sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl.
Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen.

Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.
Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend.
Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.
Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Zij was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens”, schreef hij haar ’s nachts.
“Hij voelde dat het kon”.
“Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen”.
“Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang”?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde zij hem een weekendje samen voor.
Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem.
“Bedenk maar wat”.Afbeelding

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij De Erotische Verbeelding.
Het verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet.

Voorzichtig en discreet stuurde zij hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag. Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Zij heeft zijn zonovergoten exotische kiek van haar bureaublad verwijderd.
Zij had van hem nooit de Hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op.
Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje
laten aansmeren.

Zij opende ze niet meer.

I will sing for you now

Standaard

“Laten we zolang mogelijk zingen onderweg,
de weg wordt er minder eentonig door” (Vergilius).

Op de terugweg van Heraklion naar Sitia,
ter hoogte van het dorp Skopi,
ligt een oude man naast de baan, zijn hoofd op een
goedgevulde groot formaat boodschappentas.
Je denkt meteen, daar is iets gebeurd.
Hoewel, er gebeurt nooit iets in Skopi.

Het dorpje heeft een wat kwalijke reputatie,
de inwoners worden smalend “de Schotten” genoemd.
Daar moeten zich van oudsher
zuinige krenterigaards op een hoopje
gegooid en vermenigvuldigd hebben,
heb ik begrepen.

Voor ik goed en wel op mijn rem ga staan,
veert de man recht en rukt het portier open.
“Sitia?” vraagt hij onvast.
Overbodige vraag, verder dan Sitia
leidt deze weg dus niet.

Het duurt wel even voor ik de entertainment- en
voedselpakketten, die ik op zo’n trip steevast
naast me heb liggen, op de achterbank heb gekeild.

Hij neemt plaats, een wolk van ongewassen
onfrisheid en rakidampen slaat in mijn gezicht.

Ik draai mijn raampje nu volledig open
en vertrouw verder op de goede werking
van de Ocean Breeze Car ontgeurder.

“Souedia? Ollandia?” vraagt hij.
Steeds hetzelfde liedje.
Alsof er in Velgio geen blonde
vrouwspersonen rondlopen.

Hij voelt zich duidelijk op z’n gemak,
meer dan ik althans.
Kijkt naar de achterbank en vraagt
of ik die appel vandaag nog wou opeten.

Neemt een paar flinke happen, kijkt nog eens achterom.
“Do you like music?”
“Of course I do”, antwoord ik naar waarheid,
moeilijk er onderuit te komen met de vele cd’s
op de achterbank.

“I’m a singer.”
Opgezwollen fierheid. Onverholen lach in zijn ogen.
Verwacht mijn ongeveinsde verrassing.

“Oh, are you?”

Het startsein is gegeven. Geen houden aan.
Plaatsen, data, gelegenheden.
Heimwee en vergane glorie.

De appel is op, hij veegt zijn mond aan zijn mouw af.
“My name is Ignatios. I will sing for you now.”

Tot ik Ignatios in het centrum van de stad uit de wagen laat,

Afbeelding

heeft hij ononderbroken gezongen.
Soms krakerig, soms neuriënd omdat hij zich
de woorden niet meer kon herinneren.
Maar met een blijheid en een overgave
die me toch wat onthutst achterlaat.

“At Christmas, or when you have company,
I will come to your house and sing for you,
call me!” voegt hij er tot afscheid nog aan toe.

Ik heb zijn telefoonnummer niet gevraagd.