Het Ontrouwe Vriendje

Standaard

voetjes_water

@Siteia (Kreta), zomer 2009

“Om een vriend te vinden moet men één oog sluiten. Twee om hem te houden” (Norman Douglas)

Mijn vriendje, de olijke man die volop aan het verkassen is van zijn rustig optrekje in de bergen naar zijn nieuwe woonst in de stad – waar een half bataljon schilferkoppen zich op dit eigenste moment de naad uit het gebronsde lijf werkt om alles tijdig beplaasterd, betegeld, beglaasd, geschilderd en aangesloten te krijgen – en van wie je dus normaliter zou verwachten dat hij, zo niet met vleesgeworden stress, dan toch op zijn minst met erectiele dysfuncties rond zou lopen, zit breedlachend – in uitsluitend vrouwelijk gezelschap – op een terras aan zijn zoveelste koffietje te nippen.

Hij veert recht als hij me aan ziet komen.

“Agapi mou, why is the colour of your eyes changing?”

Ik besluit mijn twéé ogen te sluiten, Norman Douglas indachtig.

“What’s wrong, agapi? Oh come on. I know something is bothering you, I gave you birth”.
Waarmee hij dan poenerig bedoelt dat hij me door-en-door ként.

Verkeerde interpretatie, maat, ik voel me gewoon pissig en wil naar huis, R.E.M. op maximum geluidssterkte horen, in bed kruipen, mezelf uithongeren. Wèg van hem. Hij voelt zich gewoon betrapt en wil zo snel mogelijk van die vrouwen af.

Ik besluit ook mijn mond maar te sluiten. Een hele opgave voor mij.

“Please, do sit down and have a coffee. Please ??? Do you want me to tell everyone in Siteia that I love you?”

“Most certainly NOT. I will break your legs”.

Hij draait zich naar het tafeltje, raapt zijn mobieltje en sigaretten bijeen. De verbazing op de gezichten van zijn gezelschap is groot, de verwachting nog groter.

“I love this woman. But she doesn’t want to marry me”.

Waarop twee hangwichten  als een springveer uit hun stoeltje omhoog schieten en totaal verbluft haperend uitroepen : “But, but, but…. I… I… will marry you, agapi mou !!!

Slik. Nogmaals slik. Aan menig mens is niets zo echt als zijn masker. Hier houdt het dus wel op, sweetheart.

Advertenties

Dekselse Lemonia

Standaard

Als je voor vol wil aanzien worden door de goegemeente, dan hoort er een citroenboompje in je tuin. Bij gebrek aan tuin, reserveerden wij bij de heraanleg van de patio dan ook een ereplaats voor het boompje dat onze dorpsstatus aanzienlijk omhoog zou tillen. De man in het garden center verzekerde ons, dat het nattige specimen dat wij hadden uitgekozen, ons vrij spoedig met een karrevracht citroenen zou verwennen. Uit niets bleek dat wij hier ook maar een moment aan zouden twijfelen. Dolenthousiast gaf ik ons boompje de naam Lemonia, het schiep een band, vond ik.

Maar Lemonia had andere plannen. Ze groeide en bloeide, maar vertikte het ook maar één langverwachte vrucht af te leveren. Ik speurde elke dag haar takken af, sprak haar lovende woorden toe, besprenkelde haar voetjes, noppes, tipota. Ik werd er na een jaar zowaar mistroostig van. Wie schetst dan ook mijn verbazing als ik plots een volwassen exemplaar tussen de groene blaadjes ontdekte.

lemonia1

Dit kon niet waar zijn, what the heck is hier aan de hand? Vol ongeloof naderde ik  Lemonia’s tere blaadjes, voelde omzichtig aan het kleinood. En ontdekte welke oplossing  Boss voor mijn wanhoop had bedacht.

lemonia2

Het bleek voor Lemonia een wake up call te zijn. Het volgende jaar schoot zij in haar wiek en gaf het beste van zichzelf. Zoveel vreugde kon ik nauwelijks op, te meer omdat zij ook het jaar daarop mijn TLC leek op prijs te stellen.

001

En toen gaf Lemonia het op. Definitief. Vergeet de limoncello, Babette.

Lemonia staat nu onvruchtbaar te verpieteren tussen de geraniums die zich weelderig rond haar stam hebben geslingerd.

Jij je zin, meid, ik haal mijn citroenen voortaan wel bij de buren.

It’s a lie, of course!

Standaard

mannen

(18+ indien van christelijken huize)

Even de stad induiken voor de duisternis (en het gebrek aan sigaretten mij) invalt is een bijzondere ervaring.

Op enkele piepkoppeltjes na, die hand in hand nog de illusie koesteren dat zij onafscheidelijk zijn, zie je nauwelijks vrouwen op straat. Zij staan namelijk achter de kookpotten, massaal veel kookpotten, want er dient achtereenvolgens ruim voorzien te worden in wat de man lust, en in wat de zoon lust.
In veel mindere mate in wat de dochter lust en in helemaal geen mate in wat de vrouw lust.
En dit alles in minstens drie gangen.

De mannen zitten dan ook op de terrasjes inmiddels, je gaat het toch nooit in je hoofd halen een handje toe te steken. (Moet dat nou zo overdreven ?)

En zij discussiëren, hoe minder verstand zij van iets hebben, hoe luider het eraan toegaat en hoe verbetener zij liegen. En zij metselen een ongezonde hoeveelheid koffie, raki en nicotine naar binnen. Of spelen backgammon. Of schaken.

En hebben elke vrouw gezien die het twijfelachtige voorrecht geniet op dit uur niet voor een hongerige nederzetting te hoeven prakken. Of zonder sigaretten valt.

Zij kennen mij inmiddels wel, hebben blijkbaar ook in blijde dankbaarheid mijn niet-toerist-status en de onvermijdelijk daaraan verbonden wildste geruchten aanvaard.

Want Grieken zijn nu eenmaal leugenaars, het is geen kwalijke eigenschap, het is een vanzelfsprekendheid, een sport zeg maar.
It’s a lie, of course!” hoor ik ze fier na zowat elke halsstarrige bewering zeggen.

Het wordt nog net ietsje kuttiger als ik, thuisgekomen, mijn Belgische buur met de kromme benen tegen het lijf loop. Jeweetwel, die man wiens hond ik hier twee weken heb vertroeteld toen hij naar België was afgereisd.
En waarvoor ik nog steeds op een bedankje wacht.

Wat heb ik gehoord?” fleemt hij.

Ik verwacht mij aan het ergste, want hij heeft bij de Jezuïeten schoolgelopen en heeft daar uiteraard een uitgesproken leugenachtig profiel aan overgehouden.
Wil ik eigenlijk wel horen wat hij heeft gehoord?

Wat dan, Roel?”

Je hebt hier een huis gekocht“.

Nou goed dat ik in Kreta een verbijsterende savoir-vivre aan de dag weet te leggen en zelfs een emmer kakkerlakken in mijn keuken mij niet meer van mijn stuk brengt.

Want hij had dat vernomen van Apostolis, die het wist van Kostas, die het had gehoord van Giorgos, die Manolis had afgeluisterd.

Ik weet niet of ik Roel van het tegendeel heb kunnen overtuigen. Het zal mij ook worst wezen, met zijn profiel kom ik hem later in de hemel sowieso niet tegen.

Nice Try

Standaard

Ca ne change pas, un homme.
Un homme, ça vieillit. (J. Hallyday)

brokenheart

Twee weken  nadat ik hem heb verzekerd dat mijn leven een stuk boeiender zou zijn  zonder hem, stapt ex-sweetheart als een gebroken man  uit het vliegtuig dat hem uit Athene terugbrengt.


Het dient gezegd, die zitjes in de binnenlandse propellerkisten zijn niet erg comfortabel.
(U begrijpt, ik weiger resoluut toe te geven aan welke andere interpretatie ook, gezien mijn vaste voornemen mij voortaan over niets nog schuldig te voelen).

Ik wacht hem in Sitia Airport op, ondanks het onwelvoeglijk vroege uur. Niks is immers erger dan de tristesse die je overvalt als je thuiskomt en er niemand is om je te verwelkomen. Daarom.

Bovendien zijn wij, zelfs na onze lovexit, nog steeds de beste vriendjes omdat onze loyauteit overeind blijft staan.

Een week verbleef hij in de hoofdstad “escaping to lick my wounds” had hij er bij zijn vertrek nadrukkelijk aan toegevoegd. Ik vermoedde een stevige leugen, hij had er beslist nog wel andere zaken te regelen.

How are you?” vraag ik niettemin.
I try to feel fine“.
Het klinkt aandoenlijk, niet verwijtend.
Wij moeten er beiden om lachen.
Fancy a coffee?”
Natuurlijk. Altijd.

Drie koffies en het samen overlopen van de meest recente gossip later, is Ex helemaal opgekikkerd. Helemaal de oude.

Are you sure you don’t want to stay a couple of days with me?” fleemt hij,
terwijl hij op zijn stoep zijn bagage uit de koffer haalt.

Ik schud het hoofd. Op mijn leeftijd speel je geen spelletjes meer.
I’m sure” antwoord ik terwijl ik de wagen start.
 
Grieken denken altijd maar aan twee dingen. Het andere is eten.






Het Bedrog

Standaard

devil

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn toen-sweetheart. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij enkele jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

Betoverende Buurjongen

Standaard

 

buurjongen

(foto G. Kamelakis)

 

“I like discussions with youngsters.  It reminds me of the fact
that I didn’t know it either in the past” (Jonckheere).


@Roussa Ekklisia, 2008

Griekse god en ik wonen onder hetzelfde dak.  Zo kan je dat in feite wel stellen.

Wij delen namelijk het huurgenot van een plat dak, een tussenmuur in het midden, een 40-tredentrap langsheen mijn woongedeelte, een veranda en een tuin.
Wij zijn buren dus. 
Ik haast mij dit te verduidelijken.

Mijn buurjongen en ik palen aan elkaar met oneindig veel momenten van samenhang en samenspraak. “Buurjongen” is in zijn geval een wel heel gruwelijk understatement.
Hij is een droom.  Droom het en hij heeft het.
Hij is nog met de hand gemaakt. Fijngesculpteerde zachte trekken, de prachtigste ogen waar ik na een ter zake toch wel gedegen expertise ooit mocht in verzinken, een lichaam als een kathedraal.

“John” is zijn naam.  Een beetje trendy Yianni laat zich graag John noemen en zo heeft hij zich ook hoffelijk voorgesteld toen wij voor het eerst op ons fifty-fifty terras tegen elkaar opbotsten.
John is dertiger en runt in de city een glas- en kaderbedrijfje met glaskunstgalerie. Wat hem als jongeman op mijn eiland en in mijn verknochte ogen eveneens zo uitzonderlijk maakt is zijn werklust, zijn bonhomie en zijn beschouwende kijk op het leven.

Niet alleen heeft hij zich succesvol van de possessieve adoratie die Griekse moeders onlosmakelijk voor hun zonen koesteren kunnen loskoppelen, hij heeft ook meerdere stappen buiten zijn eilandsgrenzen gezet, wat hem een zeldzame open mind en Engelse woordenschat heeft opgeleverd.

Onze voordeur is hét signaal.  Zonder woorden hebben wij dit begrepen.  Als die gesloten is, leiden wij elk ons eigen beschermde leventje. Staat die open, dan zijn wij volop susceptibel voor alle vormen van gesprek, voedsel en drank op ons uitnodigend terras.

Het is zo stilzwijgend vanzelfsprekend.

John maakt koffie zoals ik die het liefste heb.  John schuift twee gemakkelijke zeteltjes, een volwassen fles tsipoura en een kingsize asbak bij het terrastafeltje.  John heeft een snelle hap voor twee mee.  John sleept een paar vrolijke vrienden en geheime bewonderaarsters aan.  John tovert melancholische noten uit zijn bouzouki.

John neemt de tuinslang uit mijn handen en maakt ’s avonds de sproeikarwei af.
Eindeloos.

Net als de gesprekken die wij voeren eens de krekels uitgekraakt zijn,  eens de druppels op de rozen verdampt zijn en de gitzwarte nacht gevallen is.
Eens wij de rollende zee in de diepte en de straatcultuur in de stad door honderden uitbundige lichtjes en door de wind aangevoerde muziekflardjes nog slechts vermoeden kunnen.
Ach.  John, het godenkind.  Ik mis hem.