Geplaatst in Back In Time, Struggling against Madness

It’s a lie, of course!

mannen

(18+ indien van christelijken huize)

Even de stad induiken voor de duisternis (en het gebrek aan sigaretten mij) invalt is een bijzondere ervaring.

Op enkele piepkoppeltjes na, die hand in hand nog de illusie koesteren dat zij onafscheidelijk zijn, zie je nauwelijks vrouwen op straat. Zij staan namelijk achter de kookpotten, massaal veel kookpotten, want er dient achtereenvolgens ruim voorzien te worden in wat de man lust, en in wat de zoon lust.
In veel mindere mate in wat de dochter lust en in helemaal geen mate in wat de vrouw lust.
En dit alles in minstens drie gangen.

De mannen zitten dan ook op de terrasjes inmiddels, je gaat het toch nooit in je hoofd halen een handje toe te steken. (Moet dat nou zo overdreven ?)

En zij discussiëren, hoe minder verstand zij van iets hebben, hoe luider het eraan toegaat en hoe verbetener zij liegen. En zij metselen een ongezonde hoeveelheid koffie, raki en nicotine naar binnen. Of spelen backgammon. Of schaken.

En hebben elke vrouw gezien die het twijfelachtige voorrecht geniet op dit uur niet voor een hongerige nederzetting te hoeven prakken. Of zonder sigaretten valt.

Zij kennen mij inmiddels wel, hebben blijkbaar ook in blijde dankbaarheid mijn niet-toerist-status en de onvermijdelijk daaraan verbonden wildste geruchten aanvaard.

Want Grieken zijn nu eenmaal leugenaars, het is geen kwalijke eigenschap, het is een vanzelfsprekendheid, een sport zeg maar.
It’s a lie, of course!” hoor ik ze fier na zowat elke halsstarrige bewering zeggen.

Het wordt nog net ietsje kuttiger als ik, thuisgekomen, mijn Belgische buur met de kromme benen tegen het lijf loop. Jeweetwel, die man wiens hond ik hier twee weken heb vertroeteld toen hij naar België was afgereisd.
En waarvoor ik nog steeds op een bedankje wacht.

Wat heb ik gehoord?” fleemt hij.

Ik verwacht mij aan het ergste, want hij heeft bij de Jezuïeten schoolgelopen en heeft daar uiteraard een uitgesproken leugenachtig profiel aan overgehouden.
Wil ik eigenlijk wel horen wat hij heeft gehoord?

Wat dan, Roel?”

Je hebt hier een huis gekocht“.

Nou goed dat ik in Kreta een verbijsterende savoir-vivre aan de dag weet te leggen en zelfs een emmer kakkerlakken in mijn keuken mij niet meer van mijn stuk brengt.

Want hij had dat vernomen van Apostolis, die het wist van Kostas, die het had gehoord van Giorgos, die Manolis had afgeluisterd.

Ik weet niet of ik Roel van het tegendeel heb kunnen overtuigen. Het zal mij ook worst wezen, met zijn profiel kom ik hem later in de hemel sowieso niet tegen.

Geplaatst in Back In Time

Nice Try

Ca ne change pas, un homme.
Un homme, ça vieillit. (J. Hallyday)

brokenheart

Twee weken  nadat ik hem heb verzekerd dat mijn leven een stuk boeiender zou zijn  zonder hem, stapt ex-sweetheart als een gebroken man  uit het vliegtuig dat hem uit Athene terugbrengt.


Het dient gezegd, die zitjes in de binnenlandse propellerkisten zijn niet erg comfortabel.
(U begrijpt, ik weiger resoluut toe te geven aan welke andere interpretatie ook, gezien mijn vaste voornemen mij voortaan over niets nog schuldig te voelen).

Ik wacht hem in Sitia Airport op, ondanks het onwelvoeglijk vroege uur. Niks is immers erger dan de tristesse die je overvalt als je thuiskomt en er niemand is om je te verwelkomen. Daarom.

Bovendien zijn wij, zelfs na onze lovexit, nog steeds de beste vriendjes omdat onze loyauteit overeind blijft staan.

Een week verbleef hij in de hoofdstad “escaping to lick my wounds” had hij er bij zijn vertrek nadrukkelijk aan toegevoegd. Ik vermoedde een stevige leugen, hij had er beslist nog wel andere zaken te regelen.

How are you?” vraag ik niettemin.
I try to feel fine“.
Het klinkt aandoenlijk, niet verwijtend.
Wij moeten er beiden om lachen.
Fancy a coffee?”
Natuurlijk. Altijd.

Drie koffies en het samen overlopen van de meest recente gossip later, is Ex helemaal opgekikkerd. Helemaal de oude.

Are you sure you don’t want to stay a couple of days with me?” fleemt hij,
terwijl hij op zijn stoep zijn bagage uit de koffer haalt.

Ik schud het hoofd. Op mijn leeftijd speel je geen spelletjes meer.
I’m sure” antwoord ik terwijl ik de wagen start.
 
Grieken denken altijd maar aan twee dingen. Het andere is eten.






Geplaatst in Back In Time, Struggling against Madness

Het Bedrog

devil

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn toen-sweetheart. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij enkele jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

Geplaatst in Back In Time

Betoverende Buurjongen

 

buurjongen

(foto G. Kamelakis)

 

“I like discussions with youngsters.  It reminds me of the fact
that I didn’t know it either in the past” (Jonckheere).


@Roussa Ekklisia, 2008

Griekse god en ik wonen onder hetzelfde dak.  Zo kan je dat in feite wel stellen.

Wij delen namelijk het huurgenot van een plat dak, een tussenmuur in het midden, een 40-tredentrap langsheen mijn woongedeelte, een veranda en een tuin.
Wij zijn buren dus. 
Ik haast mij dit te verduidelijken.

Mijn buurjongen en ik palen aan elkaar met oneindig veel momenten van samenhang en samenspraak. “Buurjongen” is in zijn geval een wel heel gruwelijk understatement.
Hij is een droom.  Droom het en hij heeft het.
Hij is nog met de hand gemaakt. Fijngesculpteerde zachte trekken, de prachtigste ogen waar ik na een ter zake toch wel gedegen expertise ooit mocht in verzinken, een lichaam als een kathedraal.

“John” is zijn naam.  Een beetje trendy Yianni laat zich graag John noemen en zo heeft hij zich ook hoffelijk voorgesteld toen wij voor het eerst op ons fifty-fifty terras tegen elkaar opbotsten.
John is dertiger en runt in de city een glas- en kaderbedrijfje met glaskunstgalerie. Wat hem als jongeman op mijn eiland en in mijn verknochte ogen eveneens zo uitzonderlijk maakt is zijn werklust, zijn bonhomie en zijn beschouwende kijk op het leven.

Niet alleen heeft hij zich succesvol van de possessieve adoratie die Griekse moeders onlosmakelijk voor hun zonen koesteren kunnen loskoppelen, hij heeft ook meerdere stappen buiten zijn eilandsgrenzen gezet, wat hem een zeldzame open mind en Engelse woordenschat heeft opgeleverd.

Onze voordeur is hét signaal.  Zonder woorden hebben wij dit begrepen.  Als die gesloten is, leiden wij elk ons eigen beschermde leventje. Staat die open, dan zijn wij volop susceptibel voor alle vormen van gesprek, voedsel en drank op ons uitnodigend terras.

Het is zo stilzwijgend vanzelfsprekend.

John maakt koffie zoals ik die het liefste heb.  John schuift twee gemakkelijke zeteltjes, een volwassen fles tsipoura en een kingsize asbak bij het terrastafeltje.  John heeft een snelle hap voor twee mee.  John sleept een paar vrolijke vrienden en geheime bewonderaarsters aan.  John tovert melancholische noten uit zijn bouzouki.

John neemt de tuinslang uit mijn handen en maakt ’s avonds de sproeikarwei af.
Eindeloos.

Net als de gesprekken die wij voeren eens de krekels uitgekraakt zijn,  eens de druppels op de rozen verdampt zijn en de gitzwarte nacht gevallen is.
Eens wij de rollende zee in de diepte en de straatcultuur in de stad door honderden uitbundige lichtjes en door de wind aangevoerde muziekflardjes nog slechts vermoeden kunnen.
Ach.  John, het godenkind.  Ik mis hem.

Geplaatst in Not Just A Weirdo

Hoe zit het met je libido?

dating

Aan de kathedraal hadden zij afgesproken, een voor de hand liggende locatie.
De man had immers net, en wel op gevorderde leeftijd, een cursus toeristische gids achter de kiezen. Met onderscheiding. En met evenveel voldoening, eindelijk, voor het eerst, na een introverte carrière in de plaatselijke bibliotheek. Een semi actieve loopbaan die al even geruisloos in zijn oppensioenstelling was gevloeid.
Hij was terecht fier op zijn prestatie. Geen twee op elkaar liggende slijkstenen
uit de vroege of late Middeleeuwen, of hij kon er een heus verhaal om bouwen.
Ik zal je niet meer bellen” had hij gewaarschuwd. “Ik heb een vast toestel, en bellen naar een mobieltje is héél duur“.
Hij was West-Vlaming. En vrijgezel.
Om 14 uur zal ik er zijn. Ik breng een paraplu mee” had hij er accentloos aan toegevoegd.
Er stond een novembergure wind en het regende. Zij had haar nepbontjas aangetrokken,
een tikkeltje vroeg  op het jaar, toegegeven, maar zij vond het zo BCBG staan.
Hij mocht vooral niet denken dat zij er zo eentje was dat enkel op zijn geld uit was.
Mannen worden op datingsites zo vaak opgelicht.
Zij bad kwiek doorstappend dat haar pas geföhnt kapsel in model zou blijven en waaide zowat naar hem toe. Wat bleekjes zag hij eruit, in zijn witrode ruitjeshemd met open kraag en kort vaalbruin JBC-blousonnetje. Zij greep spontaan de beide ritsen van zijn jasje. “Heb je het niet koud?” vroeg zij moederlijk. Hij was aangenaam verrast.
Het kon slechter, dacht ze, toen hij haar volgde op weg naar de afgesproken degustatieplaats. Bezorgd keek zij geregeld om.
Gefascineerd en hevig geëmotioneerd beschreef hij haar de gevels waarover hij zoveel had gelezen. Zij verstond hem niet.
Hij heeft een zacht en teder gezicht, stelde zij zichzelf gerust. Lengte en figuur zitten ook wel snor. Iemand waarmee je je op straat kon vertonen.
Toen ze bij de Markt arriveerden, had het opgehouden met regenen. Er was weinig volk op de terrasjes; door een uitzonderlijk natte zomer hadden de middenstanders het massaal opgegeven hun afgeschreven terrasmeubeltjes nog ruim voor de winter binnen te halen.
Aan het meest troosteloze, lege terrasje, haalde hij haar in.
Hier gaan wij een koffie drinken“stelde hij voor. Zij vond het maar niks en ging op het natte ongemakkelijke stoeltje zitten.
Toen de koffies uiteindelijk door de onvriendelijke serveerster op het tafeltje werden geschoven,  hadden zij reeds wederzijds gegevens  over hun burgerlijke stand uitgewisseld.
Hij was nooit getrouwd geweest, hij had zijn Grote Liefde de rug toegekeerd toen hij besloot alsnog hogere studies aan te vatten. Daar had hij spijt van.
Een korte relatie achteraf had nauwelijks vier maanden geduurd.
Zij beperkte haar huwelijken veiligheidshalve tot één. Want daar had zij geen spijt van.
Hoe zit het met je libido“?
De vraag kaatste af op het kopje dat zij net naar haar mond bracht. Het bracht haar danig van haar stuk. Achteloos maakte zij de bovenste knopen van haar faux fur mantel los en schoof haar stoeltje wat dichter bij het zijne,  in een poging hem met haar groene blik gerust te stellen.
Hij was gerustgesteld en bestelde zich overmoedig een Leffe. “En voor haar nog een koffie” voegde hij ongevraagd aan zijn bestelling toe.
Het gevaar was geweken, het gesprek kabbelde lekker voort.
Of hij haar al had verteld dat hij een cursus toeristische gids met onderscheiding had afgemaakt? Niet te onderschatten, het had hem moeite en tijd gekost. Maar daartegenover stond, dat hij thuis de verwarming uit kon zetten als hij naar de les was.
 En het bracht nog een centje op, dat gidsen, dat mocht nu, weet je, je mag bijverdienen als je op pensioen bent.
Ik heb geen elitewagen, hoor“, vervolgde hij, na een sluikse blik op de pels.
Een Nissan, sterk wagentje. Na de dood van mijn mamaatje gekocht. In 1993 was dat“.
Maar je hebt een elitefiets” probeerde zij. Zij herinnerde zich de hybride stadsfiets die hij zich onlangs had veroorloofd. Een Norta of zoiets.
Hij schaterde het uit. “Wat ben jij adrem, zeg“.”Ja hoor. Een noodzaak in een verkeerszwangere stad. Doe ik ook mijn boodschappen mee. Dat jij dat nog weet, zeg. Maar het was een dure aankoop, weet je“?
Zij wist dat. Alles wat hij vertelde, wist zij. En zij vroeg zich af, hoe laat het nu zou zijn.
Om halfvier veerde hij recht. Zijn glas was leeg, haar koffie koud.
Ik ga de rekening vragen. Wij delen dit toch he?
Verbluft, totaal ongelovig moet zij gekeken hebben.”Ja toch?”
Zij griste haar portemonnee uit haar handtas en legde die goed zichtbaar op het tafeltje. Hij schrok van haar haast en probeerde het gevaarte met zijn elleboog terug in haar handtas te schuiven.”Wacht, wàcht even tot het meisje is langsgekomen“. Zij wou hier niets van horen.
8,20 euro stond op het ticket dat hij aandachtig bestudeerde.
Zij legde een 5 eurobiljet op het tafeltje en stond onmiddellijk op. Wààg het vooral niet
me wat koperstukjes terug te geven, dacht zij. Hij maakte daar geen aanstalten toe.
Toen zij haar stoeltje netjes onder de tafel wilde schuiven, raakte haar hand ongewild de zijne aan. Hij verstijfde en keek haar ontzet aan. Zijn zacht en teder gezicht liep bloedrood aan. Hij deinsde verschrikt een pas achteruit en schudde verwoed met zijn hand, alsof er net een kom hete soep was overgegaan. Hij stamelde. “Dit is nog te vroeg” piepte hij.
Zou zij nu onbedaarlijk lachen? Zij lachte niet, leek onbewogen, maar keek hem vol medelijden aan. Hoe zit het met jouw libido, welde in haar op.
Zij begreep het ineens. Zij begreep zeer veel, zij het dan meestal iets te laat.
Ik ben met de trein gekomen” haastte hij zich te zeggen.”Ze durven enorm veel geld vragen voor de parkeergarages hier“. Zij knoopte haar nepjas volledig dicht, zweefde langsheen de tafeltjes en keek niet meer om.
Een week later liep een berichtje binnen. Hij had de kennismaking zo prettig gevonden.
Een mooie verschijning, dat moest hij haar nageven. Maar had iemand leren kennen uit zijn streek, dit wou hij een kans geven. En sorry, hij wou eerder bellen, maar bellen naar een mobieltje is zo duur. En al helemaal vanaf een vast toestel.
Zij was opgelucht.

Geplaatst in Struggling against Madness

Mousserende Mecenas

Lakkos

Is hier iemand begenadigd met een Engels vocabularium dat verder reikt dan “No“, “Yes” of “Dunno“? Wil die dan even aan Boss uitleggen, dat in mijn kleine universum en in mijn evolutionair proces als pensioengenieter het begrip “mecenaat” buitengewone omzichtigheid vergt?

Hij zag het vorige maand al helemaal voor zich, zijn nieuw project nummer 17.412.

Op het centrale pleintje in de verloederde buurt, die hij met enkele enthousiastiekelingen wil omvormen tot een trendy Park Slope, zou hij een info- en stratenbord aanbrengen, ten behoeve van de toeristen, die deze buurt maar zelden bezoeken, en de inwoners van Heraklion zelf, die het bestaan er niet eens van kennen.

Boss sloeg aan het ontwerpen en het contacteren van de nodige vakmensen, want zoals steeds zag hij het groots. Het bord zou komen naast de muurschildering van onze staatsieportretschilder, die de oorspronkelijke bewoners van deze buurt (pimps met krulsnorren, hoertjes, hasj-rokende muzikanten en andere armlastige flierefluiters) goed in beeld wist te brengen.

Wie moet dat betalen, vraagt u zich af. Ik stelde die vraag ook. Boss zou – it’s easy, Darling! – sponsors vinden.

Boss en Darling schuimden de acht buurtwinkeltjes af, voorzien van tekst, uitleg en plannen.

En werden in hun vaart geremd door een Griekje, dat naar de Deputy Mayor had gebeld met de mededeling dat er twee foreign weirdo’s aan het bedelen waren.

Soit. Wij vonden vier sponsors. Ruim onvoldoende, maar wij hebben het dan ook over arme crisis stricken donders, die bovendien nog een taxi moeten betalen om zondag naar de stembus te trekken.

Boss’s info annex stratenplanbord hangt er dus, sinds gisteren. En kent veel bijval. Op die ene bejaarde mierenneuker na, die vond dat de Griekse tekst voor de Engelse had moeten geplaatst worden. Ungrateful dick.

Mocht u Boss aan de lijn krijgen, wilt u hem dan ook zeggen dat zijn auspiciën mij stilaan de keel uithangen?

Geplaatst in Struggling against Madness

Preutse Pretbederver

IMG_5679

Als Boss’ sidekick (of is het sidechick?) overkomt het me wel eens, dat ik mag opdraven bij een van de projecten, die ’s mans omnipresence in het dorps- en het stadsleven extra in de verf moeten zetten.

Gezien eerdere samenwerking steevast is uitgelopen op huisarrest of een poging tot halsrecht, is mijn tussenkomst nu omzeggens beperkt tot emergencies, waarmee hij dan tijdnood en/of geldnood bedoelt.

In het oude stadsgedeelte waar onze tweede verblijfplaats zich bevindt, is – was – een lieflijk park met enkele klim- en speeltoestellen voor de vele kinderen in deze verpauperde buurt. Naar Griekse normen was het in no time omgevormd tot een donkere brousse, waar enkel druggebruikers en wildslapers zich nog in waagden.

Dit moest anders, besloten Boss en een aantal buurtvrijwilligers.

Het park werd een paar weken grondig onder handen genomen, zwerfvuil en kniehoog onkruid verdwenen, muren en banken kregen een nieuwe verflaag, de verlichting werd hersteld.

En plaatselijke kunstenaars werden verzocht, de muren met kleurrijke taferelen op te fleuren, om alzo een nieuwe, vrolijke speelomgeving te  creëren voor de kinderen die er voorheen angstvallig wegbleven.

Boss kreeg eveneens muurruimte toegewezen. Nauwkeuriger is het, hier te preciseren, dat hij een paar opvallende oppervlaktes voor zichzelf had opgeëist. Een en ander liep wat vertraging op, en het feit, dat Boss en Babette volgende week op reis vertrekken, noodzaakte hem tot het stellen van de voor hem moeizame vraag “could you do me a favour, darling?”

Darling staat dus op die bewuste muur de tegeltjes in te kleuren, die Boss had uitgetekend, als een volumineuze, vieze kerel, knabbelend op koekjes die hij in een papieren zak bij zich draagt, mijn richting komt opgeslenterd en mij in het Engels aanspreekt.

“Do you have the permission of the Dimos (stadsbestuur) to paint this wall?”

Met een vernietigende blik (die heb ik soms) op dat enorme lijf van hem en de diepzwarte gore baard die uit zijn kaken groeit, verzeker ik hem dat dit het geval is.

Hij wijst vervolgens op het kunstwerk-met-de-vrouwenbenen aan de overkant, het werk van een alleraardigst, getalenteerd meisje.

“This has to go!”

“Excuse me. Are you kidding me?”

Steekt die kerel geagiteerd van wal, dat hier kinderen komen (!) en dat deze tekening hoogst ongepast is voor die vrome zieltjes en dat hij de nodige stappen zal ondernemen om het te laten verwijderen etc.etc.

Ik ben van de hand Gods geslagen. Persoonlijk zie ik in dit werk geen enkele borstelstreek die een onbezoedeld kinderhart zou corrumperen.

Als door woeste wespen in mijn kont geprikt, blaf ik terug, dat de kinderen hier sowieso niet meer komen sinds lowlife scum als hij het park onveilig en vies maken. Malaka!

Danig geschrokken druipt de man af.

Ik durf er wat dierbaars om te verwedden, dat er eerstdaags een ketel verf over die sierlijke vrouwenbenen zal gegooid worden.

Geplaatst in Struggling against Madness

Wrong Island

Greekislands

Het is bijzonder erg gesteld met de geletterdheid c.q. geografische basiskennis van de medewerkers van het nog steeds niet failliete koerierbedrijf, waarvan ik de naam niet zal noemen, maar het begint  met A.

Long story short. 6 maanden geleden wordt Boss’ debit card bij zijn Engelse bankinstelling, waar hij al een halve eeuw klant is, aan de betaalautomaat geweigerd. Reden “Greece is a high risk country“. Zomaar. Geen verwittiging. Rot op, aan je centen kom je niet meer.

Boss is not pleased. Wat volgt is een (vergeefse) maandenlange, regelrechte veldslag met de diverse hiërarchieën binnenin de eerbiedwaardige Londense instelling. Tot uiteindelijk zelfs de Nationale Ombudsman de handdoek in de ring gooit.

Boss is er evenwel de man niet naar om zich vlug gewonnen te geven. Hij blijft lachen. Net zoals “La Vache Qui Rit”, beweert hij. Boss loopt namelijk nogal hoog op met zijn kennis van het Frans, maar dit moet je hem dus ECHT horen zeggen. Ik blijf dus ook lachen.

Nou goed. Je leeft niet voor niks 10 jaar op Kreta. Via slinkse wegen slaagt Boss erin, een kantoorhouder in Somerset UK te overtuigen een nieuwe debit card aan te maken. De kaart wordt op 1 september, aangetekend en al, verstuurd.

En zou hier dus al zijn, waren er niet de imbecielen van A.

Zij stuurden gisteren een sms-je. Hier ligt een pakje voor u. Gelieve

ons te bellen. Het zonenummer komt ons niet meteen bekend voor.

Ja, het pakje ligt bij hen op kantoor.

Op het Sporadeneiland SKOPELOS.

Geplaatst in Honourable Mention

Mijnheer Menck

Homecoming

Het voelt als thuiskomen na een lange vlucht. De vochtige hitte slaat je in het gezicht, je zet vol verwachting je eerste stappen op vertrouwde grond, je voetzolen branden in het asfalt, je hart laaft zich aan dit magisch moment.

Mijnheer Menck is terug en TWAAIT. Een poos was het windstil, en wij misten hem. En de woei die hij telkens weer door zijn onbeschrijflijk perfect afgewerkte bijdragen wist te jagen.

Blij dat het weer waait, Menck. Wie jou in de wind slaat, heeft verrekte ongelijk.

Geplaatst in Village Colours

Welig (S)Tieren

IMG_5627

 

Een erg oplettend volgeling zal zich herinneren, dat deze Deurmat ten huize Boss de Fournisseur de la Cour bij uitstek was voor het verwijderen van alle onkruid en ongewenst gewas dat zich, ongeacht de seizoenen, razend pleegt neer te zetten onder, tussen en op de muren en straatstenen die onze diep verscholen stulp verbergen.

Dit voor mij geestdodend karwei hield ik voor bekeken toen ik vaststelde dat, samen met een deel van mijn bovenlichaam, ook mijn onvolprezen energie verdwenen was. Wat echter niet het geval was met de fokking weeds, die zich tijdens mijn afwezigheid uitdagend explosief hadden gedragen.

Maar als de nood het hoogst is, is een behulpzame Griek nabij en kan ik mij dus nu verheugen in (het zicht en) de ecologische bekwaamheden van mijn nieuwe tuinman. Niet alleen is de man een wandelend naslagwerk en schetst hij mij de geneeskrachtige eigenschappen van elke vreemde bundel die hij uit de grond sleurt, hij heeft zich bovendien met verve geworpen op mijn uitgebreide verzameling bloem- en plantenpotten, die om wat TLC smeekten. Enfin, mijn planten en ik konden het slechter treffen.

Zowaar, je blijft van heel wat levensernst verschoond als je op Kreta woont.

Geplaatst in Ridiculously Serious, Village Colours

Faire Pipi

French_Tourists

Bloedheet is het in het dorp vanmiddag. En onaards stil. Zelfs de straathonden blaffen niet. Zij liggen uitgeteld naast de bron op het plein, waar de mensen, die niet op de waterleiding zijn aangesloten, dagelijks hun plastic flessen en jerrycans komen vullen. Iedereen houdt vensters en deuren potdicht en probeert een paar uren door de hitte heen te slapen.

Het geroezemoes dat ik nu meen te horen, zwelt aan. Ik hoor stappen, veel stappen. En veel opgewonden stemmen. Fransen. Yiannis, de zelfverklaarde burgervader van het dorp, loopt zelfverzekerd aan het hoofd van een meute opgewonden désagréables en sleurt heftig aan ons hekken.

“Boss! BOSS!” Ik vrees het ergste. Een bosbrand, een aardbeving, een hittedode, de moffen nogmaals? Neen, de onverlaat die het aandurft Boss uit zijn middagslaapje te halen. Een buslading Franse toeristen is, op weg naar de fameuze grot waar geen publiek is toegelaten wegens te gevaarlijk, gestrand voor Yiannis’ deur en hij begrijpt ze niet, maar veronderstelt dat zij moeten pissen. En gaat ervan uit, dat dit bij Boss & Babette wel moet lukken.

De massa valt op onze patio bijna over elkaar heen en vormt giechelend en grappend een lange rij langsheen de buitendouche, recht naar wat wij grinnikend onze “visitor’s corner” noemen. Geduldig wacht elk zijn plasbeurt af, onderwijl ah-end en oh-end over het huis en hoe chaleureux et raffinés de bewoners wel zijn.

En of er ook de possibilité is om het even vanbinnen te bekijken? Misschien ook wel quelque chose à boire? Boss, heimelijk toch wel trots op het huis, dat hij zelf ontworpen heeft, loodst de horde van onder naar boven en van links naar rechts, en installeert die uiteindelijk met een paar liter raki op het zomerterras. Dat gelukkig onder het gewicht niet is bezweken.

De grot hebben zij niet meer bezocht, daar hadden zij bij nader inzien geen zin meer in. Op de foto daarentegen wilden zij bij het afscheid wel graag. Want tevreden waren zij, dat zie je zo.

Boss ook trouwens, hij presteerde het 2 euro per “plas + glas” aan te rekenen. I’m burning with shame.

Geplaatst in Ridiculously Serious

Het Staatsieportret

frame

“You did what?!

Verbijsterd staar ik naar Boss, die mij zonet tussen neus en lippen komt te vertellen, dat hij onze buurman-kunstenaar de opdracht gaf ons beiden op canvas te vereeuwigen.

“The man is struggling, sweetie. I just felt it was the right thing to do, he told me he hasn’t paid his rent for months now”.

Ik krijg meteen een vrij duidelijk visioen hoe dit portret er idealiter moet gaan uitzien : Boss (zij-aanzicht) neemt in alle tederheid mijn hoofd (zij-aanzicht) in beide handen en drukt een zachte kus op mijn voorhoofd. Op mijn voorhoofd, want wij zijn ook geen twintig meer. In alle tederheid, want hieruit dient afgeleid te worden dat hij mij gedurende vier maanden ontzettend heeft gemist. En de kus moet zacht zijn, want ik zal vermoedelijk wel hoofdpijn hebben.

“I gave him the Arthouse-picture, I love that one”.

“Not that Arlequino one, surely!!”

Er circuleren wereldwijd weinig foto’s van ons beiden. Er is The Toplou One (2009), The Paris One (2010), The Gent One (2011), The Istanbul One (2012) en de vermaledijde Arthouse One (2013), waarop ik een nu hopeloos gedateerd zwart-wit geruit harlekijntruitje draag. Niks geen tedere zoenen evenwel op that one. De foto dateert van vlak na de renovatie van Arthouse en het is duidelijk aan mij te zien dat ik toen sterk overwoog de Tonton Macoutes op Boss af te sturen.

Soit.

Het eindproduct hangt er. 50 x 70. En geheel volgens de instructies van Boss heeft mijn nooddruftige buur mij van rode lipstick en dito nagellak voorzien. Staat goed bij die ruitjes. Het teveel aan buik is bij Boss vakkundig weggewerkt en zijn gezicht heeft een verbluffende verjongingskuur ondergaan.

Boss is uiterst tevreden. Buurman en zijn huisbaas ook. Maar de cover van Vogue zullen wij niet halen, vrees ik.