Mousserende Mecenas

Lakkos

Is hier iemand begenadigd met een Engels vocabularium dat verder reikt dan “No“, “Yes” of “Dunno“? Wil die dan even aan Boss uitleggen, dat in mijn kleine universum en in mijn evolutionair proces als pensioengenieter het begrip “mecenaat” buitengewone omzichtigheid vergt?

Hij zag het vorige maand al helemaal voor zich, zijn nieuw project nummer 17.412.

Op het centrale pleintje in de verloederde buurt, die hij met enkele enthousiastiekelingen wil omvormen tot een trendy Park Slope, zou hij een info- en stratenbord aanbrengen, ten behoeve van de toeristen, die deze buurt maar zelden bezoeken, en de inwoners van Heraklion zelf, die het bestaan er niet eens van kennen.

Boss sloeg aan het ontwerpen en het contacteren van de nodige vakmensen, want zoals steeds zag hij het groots. Het bord zou komen naast de muurschildering van onze staatsieportretschilder, die de oorspronkelijke bewoners van deze buurt (pimps met krulsnorren, hoertjes, hasj-rokende muzikanten en andere armlastige flierefluiters) goed in beeld wist te brengen.

Wie moet dat betalen, vraagt u zich af. Ik stelde die vraag ook. Boss zou – it’s easy, Darling! – sponsors vinden.

Boss en Darling schuimden de acht buurtwinkeltjes af, voorzien van tekst, uitleg en plannen.

En werden in hun vaart geremd door een Griekje, dat naar de Deputy Mayor had gebeld met de mededeling dat er twee foreign weirdo’s aan het bedelen waren.

Soit. Wij vonden vier sponsors. Ruim onvoldoende, maar wij hebben het dan ook over arme crisis stricken donders, die bovendien nog een taxi moeten betalen om zondag naar de stembus te trekken.

Boss’s info annex stratenplanbord hangt er dus, sinds gisteren. En kent veel bijval. Op die ene bejaarde mierenneuker na, die vond dat de Griekse tekst voor de Engelse had moeten geplaatst worden. Ungrateful dick.

Mocht u Boss aan de lijn krijgen, wilt u hem dan ook zeggen dat zijn auspiciën mij stilaan de keel uithangen?

Preutse Pretbederver

IMG_5679

Als Boss’ sidekick (of is het sidechick?) overkomt het me wel eens, dat ik mag opdraven bij een van de projecten, die ‘s mans omnipresence in het dorps- en het stadsleven extra in de verf moeten zetten.

Gezien eerdere samenwerking steevast is uitgelopen op huisarrest of een poging tot halsrecht, is mijn tussenkomst nu omzeggens beperkt tot emergencies, waarmee hij dan tijdnood en/of geldnood bedoelt.

In het oude stadsgedeelte waar onze tweede verblijfplaats zich bevindt, is – was – een lieflijk park met enkele klim- en speeltoestellen voor de vele kinderen in deze verpauperde buurt. Naar Griekse normen was het in no time omgevormd tot een donkere brousse, waar enkel druggebruikers en wildslapers zich nog in waagden.

Dit moest anders, besloten Boss en een aantal buurtvrijwilligers.

Het park werd een paar weken grondig onder handen genomen, zwerfvuil en kniehoog onkruid verdwenen, muren en banken kregen een nieuwe verflaag, de verlichting werd hersteld.

En plaatselijke kunstenaars werden verzocht, de muren met kleurrijke taferelen op te fleuren, om alzo een nieuwe, vrolijke speelomgeving te  creëren voor de kinderen die er voorheen angstvallig wegbleven.

Boss kreeg eveneens muurruimte toegewezen. Nauwkeuriger is het, hier te preciseren, dat hij een paar opvallende oppervlaktes voor zichzelf had opgeëist. Een en ander liep wat vertraging op, en het feit, dat Boss en Babette volgende week op reis vertrekken, noodzaakte hem tot het stellen van de voor hem moeizame vraag “could you do me a favour, darling?”

Darling staat dus op die bewuste muur de tegeltjes in te kleuren, die Boss had uitgetekend, als een volumineuze, vieze kerel, knabbelend op koekjes die hij in een papieren zak bij zich draagt, mijn richting komt opgeslenterd en mij in het Engels aanspreekt.

“Do you have the permission of the Dimos (stadsbestuur) to paint this wall?”

Met een vernietigende blik (die heb ik soms) op dat enorme lijf van hem en de diepzwarte gore baard die uit zijn kaken groeit, verzeker ik hem dat dit het geval is.

Hij wijst vervolgens op het kunstwerk-met-de-vrouwenbenen aan de overkant, het werk van een alleraardigst, getalenteerd meisje.

“This has to go!”

“Excuse me. Are you kidding me?”

Steekt die kerel geagiteerd van wal, dat hier kinderen komen (!) en dat deze tekening hoogst ongepast is voor die vrome zieltjes en dat hij de nodige stappen zal ondernemen om het te laten verwijderen etc.etc.

Ik ben van de hand Gods geslagen. Persoonlijk zie ik in dit werk geen enkele borstelstreek die een onbezoedeld kinderhart zou corrumperen.

Als door woeste wespen in mijn kont geprikt, blaf ik terug, dat de kinderen hier sowieso niet meer komen sinds lowlife scum als hij het park onveilig en vies maken. Malaka!

Danig geschrokken druipt de man af.

Ik durf er wat dierbaars om te verwedden, dat er eerstdaags een ketel verf over die sierlijke vrouwenbenen zal gegooid worden.

Wrong Island

Greekislands

Het is bijzonder erg gesteld met de geletterdheid c.q. geografische basiskennis van de medewerkers van het nog steeds niet failliete koerierbedrijf, waarvan ik de naam niet zal noemen, maar het begint  met A.

Long story short. 6 maanden geleden wordt Boss’ debit card bij zijn Engelse bankinstelling, waar hij al een halve eeuw klant is, aan de betaalautomaat geweigerd. Reden “Greece is a high risk country“. Zomaar. Geen verwittiging. Rot op, aan je centen kom je niet meer.

Boss is not pleased. Wat volgt is een (vergeefse) maandenlange, regelrechte veldslag met de diverse hiërarchieën binnenin de eerbiedwaardige Londense instelling. Tot uiteindelijk zelfs de Nationale Ombudsman de handdoek in de ring gooit.

Boss is er evenwel de man niet naar om zich vlug gewonnen te geven. Hij blijft lachen. Net zoals “La Vache Qui Rit”, beweert hij. Boss loopt namelijk nogal hoog op met zijn kennis van het Frans, maar dit moet je hem dus ECHT horen zeggen. Ik blijf dus ook lachen.

Nou goed. Je leeft niet voor niks 10 jaar op Kreta. Via slinkse wegen slaagt Boss erin, een kantoorhouder in Somerset UK te overtuigen een nieuwe debit card aan te maken. De kaart wordt op 1 september, aangetekend en al, verstuurd.

En zou hier dus al zijn, waren er niet de imbecielen van A.

Zij stuurden gisteren een sms-je. Hier ligt een pakje voor u. Gelieve

ons te bellen. Het zonenummer komt ons niet meteen bekend voor.

Ja, het pakje ligt bij hen op kantoor.

Op het Sporadeneiland SKOPELOS.

Mijnheer Menck

Homecoming

Het voelt als thuiskomen na een lange vlucht. De vochtige hitte slaat je in het gezicht, je zet vol verwachting je eerste stappen op vertrouwde grond, je voetzolen branden in het asfalt, je hart laaft zich aan dit magisch moment.

Mijnheer Menck is terug en TWAAIT. Een poos was het windstil, en wij misten hem. En de woei die hij telkens weer door zijn onbeschrijflijk perfect afgewerkte bijdragen wist te jagen.

Blij dat het weer waait, Menck. Wie jou in de wind slaat, heeft verrekte ongelijk.

Welig (S)Tieren

IMG_5627

 

Een erg oplettend volgeling zal zich herinneren, dat deze Deurmat ten huize Boss de Fournisseur de la Cour bij uitstek was voor het verwijderen van alle onkruid en ongewenst gewas dat zich, ongeacht de seizoenen, razend pleegt neer te zetten onder, tussen en op de muren en straatstenen die onze diep verscholen stulp verbergen.

Dit voor mij geestdodend karwei hield ik voor bekeken toen ik vaststelde dat, samen met een deel van mijn bovenlichaam, ook mijn onvolprezen energie verdwenen was. Wat echter niet het geval was met de fokking weeds, die zich tijdens mijn afwezigheid uitdagend explosief hadden gedragen.

Maar als de nood het hoogst is, is een behulpzame Griek nabij en kan ik mij dus nu verheugen in (het zicht en) de ecologische bekwaamheden van mijn nieuwe tuinman. Niet alleen is de man een wandelend naslagwerk en schetst hij mij de geneeskrachtige eigenschappen van elke vreemde bundel die hij uit de grond sleurt, hij heeft zich bovendien met verve geworpen op mijn uitgebreide verzameling bloem- en plantenpotten, die om wat TLC smeekten. Enfin, mijn planten en ik konden het slechter treffen.

Zowaar, je blijft van heel wat levensernst verschoond als je op Kreta woont.