Een Broodje Ochtendzoenen

Standaard

greekbreaddaktyla

Mijn euromuntje heb ik klaargelegd en mijn hekken alvast geopend, want je moet goddomme van de rappe zijn als de bakker-op-wielen in de straat verschijnt. Of de man heeft bijberoepen, of hij is belastingsschuw. Ik ren dan ook als bezeten de straat op als ik het vertrouwde getoeter hoor. Te oordelen naar het geluid van knarsende deuren links en rechts, spurt zowat de hele straat op zijn busje af. De zwarte weduwen gaan voor en worden op hun stoep bediend, ik moet al van ver en voldoende luid  kalimera hijgen wil ik mijn komst aankondigen en aldus nog aan mijn dagelijks brood geraken.

Een uitgebreide keuze heeft mijn mobiele bakker niet. Geen enkele keuze eigenlijk, behalve dan het vertrouwde daktyla, een bruikbaar alternatief als je vergeet bread op je boodschappenlijst te schrijven. Roze plastic zakje errond en de man verdwijnt al net zo snel als hij gekomen is.

Volgt dan het rondje ochtendzoenen. Kalimera sas heb ik al geroepen en in mijn vlucht ook mijn jongere buuf Vasso gegroet, die snel een knopenloze ochtendjas over haar nachtpon heeft geslagen, gevraagd hoe het met haar ging en geantwoord hoe het met mij ging. Wij zoenen elkaar op de wangen, zij als een gietijzeren standbeeld wegens dat gebrek aan knopen.  Buuf Eleni mag ik ook niet overslaan, dat verwacht zij gewoon. Net als de andere oudjes, hunkerend naar wat genegenheid.

Voor het eerst merk ik het vrouwtje op, dat pas haar intrek heeft genomen in een fraai gerenoveerd huisje, samen met een uiterst irritante hond, die nooit heeft geleerd zijn bek te houden.  Vooraleer ik ook haar wil gaan zoenen terwijl ik nu toch bezig ben, vraag ik mij af of zij weet dat ik wel eens water naar haar mormel durf te gooien. Ik feliciteer haar met haar huisje dat er zo piekfijn bij staat. Waarop zij mij, een en al verrukking, het huis insleept en een rondleiding geeft langs alle kamers en kasten. Wat ik al vreesde, kwam ook. Of ik een koffie lustte? Ach, die déjà vu ! Met een – naar ik hoop – geloofwaardig droef gezicht, verzeker ik haar dat ik net mijn ontbijt-met-koffie op heb.

Ik heb wijselijk verzwegen dat ik geen brood in huis had.

 

 

 

Advertenties

Het Nummer 6

Standaard

Arthouse_Pic10

Dat het allemaal wel zal loslopen“, denk je dan vol vertrouwen en niet meer zo jeugdige overmoed, als je inpakt voor een leven in Griekenland en een ervaren inwoner je verwittigt to expect the unexpected.

Geheel onverwacht was het dan ook, dat wij zouden terechtkomen in een straat, die zelfs hoogbejaarde Heraklioten en doorgewinterde taxichauffeurs niet eens weten te vinden. De enige zekerheid, die het vervallen huis bood, was het huisnummer. En dat was het nummer 6. Dachten wij.

Het huis rechts had geen nummer en de mediocre kunstenaar, die er toen resideerde, beweerde – geheel ten onrechte en bij hoog en bij laag –  dat zijn huis het nummer 6 had. Een misverstand dat slechts na een paar jaren werd opgehelderd, toen een nieuwe bewoner er zijn kantoor vestigde en wij hem ervan konden overtuigen dat hij op nummer 4 woonde.

Erger was het gesteld met het huis links, dat in een erbarmelijke staat was en onbewoond sinds de studentinnen, die er een onderkomen hadden gevonden, spoorslags verdwenen waren met achterlating van een ton vuilnis en onbetaalde rekeningen. Niks aan de hand, denk je dan. Behalve dat dit huis – officieel – eveneens het nummer 6 heeft. Je voelt de nattigheid al aankomen. In welke brievenbus blijven de rekeningen toestromen, denk je? In welke woning wordt verkeerdelijk de watertoevoer en de elektriciteit afgesloten, denk je?

Tot overmaat van ramp, nam ene Maria er vrij spoedig haar intrek. Een uiterst  beklagenswaardig armoedig vrouwtje, met als enig gezelschap een doodzieke, lelijke kat en diverse “heer”schappen die haar in de late uurtjes wat euro toestopten voor bewezen diensten. Helaas niet genoeg om haar huishuur en rekeningen te betalen, het duurde een eeuwigheid vooraleer de eigenaar haar en haar povere spulletjes eruit kon zetten. Het duurde minder lang om ook haar rekeningen in onze brievenbus aan te treffen. En alweer spoedig zonder water of stroom te zitten, want je woont toch op huisnummer 6?

De bureaucratische, afmattende calvarietocht langs de verschillende diensten wens je je ergste vijand niet toe. De droplullen zetten het zowaar op een lopen als wij nog maar in de deuropening verschijnen; het onnozele feit dat er twee huizen zijn met hetzelfde huisnummer bereikt hun voorstellingsvermogen niet eens.

Er kwamen nieuwe huurders in huis links. Ditmaal met een luizig hondje en grootse plannen. De eigenaar verzekerde ons, dat zij heel solvabel waren. Waarop vrij spoedig onze opluchting een flinke duik nam, toen wij ook hun facturen in onze bus vonden, die netjes bij hen op de stoep legden en ze in opengescheurde omslag in hun voortuintje terugvonden. Het dient gezegd, de “diensten” reageerden nu vrij snel op deze nieuwe  betalingsweerzin, jammer genoeg gingen de kranen weer dicht en de lichten weer uit in het verkeerde huis.

Toen wij er vorige week arriveerden, viel het ons meteen op. Onze kredietwaardige buren hebben de benen genomen. Het doemhuis staat te huur. Wij houden nog maar eens ons hart vast.

 

 

 

 

Er staat een paard…

Standaard
IMG_6904

Een gehavende Bambi als de herfst nadert

I can’t believe I’m doing this“. Elk jaar opnieuw, als de zomer in aantocht is, herhaal ik – luid genoeg – dezelfde zin, terwijl ik Bambi bij de achterste poten grijp en hem, stuntelend achter Boss, dwars door het hele huis, terugplaats in zijn natuurlijke habitat.

Bambi is een heus kunstwerk, een houten balk op stelten, een zwaargewicht, goed gedraaid van oren en poten. In ontmantelde toestand en dik ingeduffeld in noppenfolie, maakte hij jaren geleden in woelige wateren de overtocht van het UK naar zijn vaste plek op ons Kretenzisch terras. Het kunstwerk moet een paard voorstellen, dat ziet het kleinste kind. Dat wij het echter Bambi noemen, is enkel het bewijs van de open mindset van de eigenaar, die steevast beweert dat het een ezel is.

Als de herfst op zijn einde loopt, en Bambi in zijn naaktheid gegeseld wordt door zware regenbuien en harde windstoten, wordt hij met liefde en zorg naar binnen gehaald. Hij brengt namelijk de winter door in mijn keuken. Dik tegen mijn zin. Het onfortuinlijke beest neemt veel plaats in en hindert gruwelijk de natuurlijke flow van dit huis en van mij. Ik laat dan ook niet na mijn ongenoegen te uiten door er dagelijks mijn vochtige vaatdoeken over te gooien.

Mijn opluchting is dan ook onbeschrijfelijk als Boss besluit Bambi – voor zijn terugkeer naar het terras – zijn jaarlijkse schoonheidsbehandeling te geven. De krullende vernislaag wordt weggenomen, gaatjes worden opgevuld, het hele lijf wordt grondig opgeschuurd en ingesmeerd met een speciaal daartoe overgevlogen wax. Zoveel tender care valt mij zelfs niet te beurt.

IMG_6941

Bambi na zijn schoonheidsbehandeling

En zo tuurt Bambi alweer naar de zee en ik naar een lege keuken. Voorlopig nog wel. Een mens moet immers genadeloos prioriteiten stellen.

De Woelige Conservator

Standaard

IMG_6917

Wij hadden het ons al afgevraagd. Blauw-witte bordjes, her en der op strategische straathoeken neergezet, bevestigden ons vermoeden, dat er in de omgeving een MUSEUM te vinden was. En wel in Kato Gouves. Of all places.

Joe toeriest?” roept de man achter de wankele tafel aan de ingang. Hij is druk met het invullen van een handvol lotto-formulieren. “Toe joero iech!” De man danst bijna van opwinding, het kan niet anders of wij zijn de allereerste bezoekers van het zomerseizoen.

Het Gouves-folkloremuseum is ruim, koel en tot de nok gevuld met ongeveer alle voorwerpen, die eens de trots en het erfgoed uitmaakten van de fiere, hardwerkende en onverzettelijke Kretenzers uit de streek.

Bedoeling is, dat ik hier eens ongegeneerd ga rondslenteren, nieuwsgierig wat geschiedenis opsnuiven, mij laten verbazen, fotootje hier en daar maken. Je kent dat. Ware het niet, dat de hete knoflookadem van de conservator mij in de nek blaast bij elke stap die ik zet. Boss heeft de bui al zien hangen en verdwijnt naar het diepere gedeelte van de zaal.

museum1

Er zijn honderden voorwerpen en snuisterijen. Met een aan waanzin grenzende verbetenheid geeft de hyperactieve conservator mij gebroken tekst en uitleg bij elk ervan. Mijn geduld raakt op, ik begin te dampen onder mijn oksels, ik snak naar koffie en buitenlucht. Vergoelijkend bedenk ik ook onmiddellijk, dat je toch echt wel waar krijgt voor je toe joero.

“Entaxei kyrie”, breng ik al stamelend uit, “nu wil ik toch graag in alle rust wat foto’s maken, meteen een beetje reclame voor je zaak“. Ik vind dit persoonlijk een leuke uitvlucht eigenlijk.

Met een air van professionalisme duikel ik mijn toestelletje op en zet mezelf op scherp. Springt die man mij daar toch voor de camera bij elke klik. Bij e-l-k-e goddamn klik. Ik ben onthutst en een appelflauwte nabij; hij moet het gezien hebben, no doubt.

museum2

Ai wiel meek piktjoers of joe” tiert de man, als hij Boss ziet komen aanslenteren. Hij rukt mijn cameraatje uit mijn pollen, posteert ons voor het beeld van een meer dan levensgrote, stoer kijkende Griekse krijger, duwt ons beiden een amfora in de handen, zegt dat wij die op onze schouder moeten torsen. Wat wij, met enig ongemak, ook doen. Ik kan nog een glimlachje forceren, Boss niet. Klik, klik. Ik weet nu al, dat deze foto’s slechts in acuut levensbedreigende omstandigheden het daglicht zullen zien.

“That’s it”, breng ik deze gedreven woesteling aan het verstand, “we’ll go now, thank you so much“. Nope. Er moest en zou voor ons vertrek nog een serie volgen aan het weefgetouw. Het povere lachje, dat wij nog konden produceren, is er een van pure opluchting.

IMG_6925

Het kan u dus verwonderen, maar er is wel degelijk een Museum voor Folklore in Gouves. En u krijgt heel wat return voor uw twee euro.

 

Ochtendlijk Geprikkel

Standaard

cactus

Ik haat cactussen. Boss heeft er vanzelfsprekend een zwak voor, dus binnen, in, aan, op, naast, tussen en langs onze wallen zal je deze prikkerds in diverse formaten aantreffen. Ik ben haatdragend genoeg om ze elke vorm van genegenheid te ontzeggen, maar dan weer niet zo’n onmens, dat ik niet vertederd kan staan trillen als er eentje een sporadische bloem opengooit.

Zo ver kan mijn vertedering voor deze last minute bloemen zelfs reiken, dat ik mij, in de overtuiging dat op dit ontiegelijk vroege uur enkel de slaaploze krekels klaarwakker zijn, even de straat in waag om pijlsnel een foto te maken van zo’n kleurenexplosie. In mijn nachthemdje. Dat bovendien doorschijnend is.

Sta ik me daar wijdbeens de juiste invalshoek te kiezen, rukt mijn overbuufje plots haar voordeur open; luidkeels kalimera-end wenkt zij me binnen. Ik zwier in alle haast nadrukkelijk het hemdje links en rechts om mijn lijf, zodat zij kan zien dat ik eigenlijk niets om het lijf heb. Drie volle minuten wring ik mij in zulke vernederende bochten, het mag niet baten.

Met beide armen voor mijn borst, zit ik nu op haar beste stoel. Dat weet ik, want er hangt een gehaakt doekje over. Zij maakt een kafedaki voor me klaar, dit wordt geheid zo straf, dat mijn titties nu zullen staan waar een décolletébesparende ingreep jammerlijk faalde.

Eleni diept haar Sint-Marina-brood uit een plastic zakje. Die heilige werd gisteren uitbundig in het dorp gevierd, geen idee wat Marina zaliger daarvoor heeft moeten presteren. Ik moet het brood in mijn koffie soppen, maant Eleni me in flink koetergrieks aan. Er volgen koekjes, die ik niet lust. Ik maak Eleni duidelijk dat ik al ontbeten heb, waarop zij nog een paar hompen Myzithra-kaas naast de koekjes legt.

Ik durf nauwelijks naar de batterij familiefoto’s kijken, die kriskras aan de muren genageld zitten. Of die in niet-passende lijstjes op haar uitzetkast staan. Ik weet immers, dat zij de hele familiesaga uit de doeken zal doen. Wat zij ook doet. Ik knik soms, ik beaam nog vaker, ik trek ook al eens grote ogen, ik versta er geen barst van en vraag me af wanneer ik met enig fatsoen afscheid kan nemen.

Plots verdwijnt Eleni naar de slaapkamer. Ik hoor laden schuiven, kastdeuren opengaan. Jeetje, dit is niet het moment waarop ik door de openstaande deur kan vluchten. Fier als een Griekse gieter overhandigt zij mij zo’n zakdoekje, waar zij eigenhandig een fijn randje om heeft gehaakt. Een allesomvattende geur van overjaarse mottenballen maakt mij ellendig.

“Voor jou”, zegt zij. “Ik hou zoveel van jou”.

“Ik hou ook van jou, Eleni”.

Ik neem me voor, een aquarelletje voor haar te maken. Met vogeltjes, vlinders en bloemen. Heuse bloemen, niet van die kutte cactusbloemen.

 

 

 

Het Ontrouwe Vriendje

Standaard

voetjes_water

@Siteia (Kreta), zomer 2009

“Om een vriend te vinden moet men één oog sluiten. Twee om hem te houden” (Norman Douglas)

Mijn vriendje, de olijke man die volop aan het verkassen is van zijn rustig optrekje in de bergen naar zijn nieuwe woonst in de stad – waar een half bataljon schilferkoppen zich op dit eigenste moment de naad uit het gebronsde lijf werkt om alles tijdig beplaasterd, betegeld, beglaasd, geschilderd en aangesloten te krijgen – en van wie je dus normaliter zou verwachten dat hij, zo niet met vleesgeworden stress, dan toch op zijn minst met erectiele dysfuncties rond zou lopen, zit breedlachend – in uitsluitend vrouwelijk gezelschap – op een terras aan zijn zoveelste koffietje te nippen.

Hij veert recht als hij me aan ziet komen.

“Agapi mou, why is the colour of your eyes changing?”

Ik besluit mijn twéé ogen te sluiten, Norman Douglas indachtig.

“What’s wrong, agapi? Oh come on. I know something is bothering you, I gave you birth”.
Waarmee hij dan poenerig bedoelt dat hij me door-en-door ként.

Verkeerde interpretatie, maat, ik voel me gewoon pissig en wil naar huis, R.E.M. op maximum geluidssterkte horen, in bed kruipen, mezelf uithongeren. Wèg van hem. Hij voelt zich gewoon betrapt en wil zo snel mogelijk van die vrouwen af.

Ik besluit ook mijn mond maar te sluiten. Een hele opgave voor mij.

“Please, do sit down and have a coffee. Please ??? Do you want me to tell everyone in Siteia that I love you?”

“Most certainly NOT. I will break your legs”.

Hij draait zich naar het tafeltje, raapt zijn mobieltje en sigaretten bijeen. De verbazing op de gezichten van zijn gezelschap is groot, de verwachting nog groter.

“I love this woman. But she doesn’t want to marry me”.

Waarop twee hangwichten  als een springveer uit hun stoeltje omhoog schieten en totaal verbluft haperend uitroepen : “But, but, but…. I… I… will marry you, agapi mou !!!

Slik. Nogmaals slik. Aan menig mens is niets zo echt als zijn masker. Hier houdt het dus wel op, sweetheart.

Het Zomerproject 2016

Standaard

Toen het op vernieuwing aansturende stadsbestuur van Heraklion oordeelde dat er best nog wat ruimte overbleef voor toeristische attracties, genoot de idee van een Street Art Festival onmiddellijk veel bijval. De deelnemers kregen dan ook carte blanche. Waar ook in de stad mocht je jouw sculptuur of je schildersezel neerpoten, muren bekladden, danspasjes uitvoeren, vodden ophangen, in een micro brullen of eco onkruid planten. Zolang de eigenaar van het pand van voorkeur er geen graten in zag.

Boss was meteen verkocht. Trouw aan zijn motto dat een goede voorbereiding het halve werk is, troonde hij zijn sidechick mee naar zijn geprefereerd actieterrein, de Agia Triada achtergestelde buurt. Kwestie dat ook kanslozen tot wat elitaire kunstvormen toegang moeten krijgen.

img_6277

Toen het zweet en mijn motivatie na een paar uren al naar mijn schoenen waren gezakt, vond hij er een vreedzaam parkje, volledig ingenomen door geparkeerde en achtergelaten wagens. Tjokvol zwerfvuil en stront. En daar stond zowaar de vuile muur van zijn dromen, waar hij zijn collage Postcards From Heraklion zou presenteren aan een publiek dat ongetwijfeld geen boodschap zou hebben aan zijn zonnige vakantievisie op de stad. Een overvlijtige stadsambtenaar snorde de eigenaar van de muur op, die het geen moer kon schelen dat zijn muur geschilderd werd en van een uniek kunstwerk voorzien.

img_6281

Overbeladen met liters bleekwater, verf, een doos rubberen handschoenen, bussen schoonmaakmiddelen, plastic zakken, maskers, ladders, borstels, emmers en gereedschap, gingen vriend Manolis en Babette de stinkende private schijtruimte van honden en katten met ware doodsverachting te lijf, onder het goedkeurende oog van Boss, die overigens ook vindt dat je niet zelf hoeft te doen wat door anderen kan gedaan worden. In no time kregen wij het stort klaar voor Manolis’verfbeurt. Na de lunch bleek de verf droog, zodat Manolis het kunstwerk finaal aan de muur kon vijzen, klaar voor de langskomende nieuwsgierige buren.

img_6268

img_6280

Boss kwam ook, en zag dat het goed was. Hij heeft zich intussen al aangemeld voor de Street Art uitgave 2017. Only passing along the good news today 😦